Recht van overpad opheffen

Recht van overpad opheffen

Home » Recht van overpad opheffen
8.4
Hoe hef ik een recht van overpad op?

Als de eigenaar van het heersend erf het recht van overpad wilt opheffen kan hij dat doen. De eigenaar van het dienende erf kan ook een verzoek bij de rechter indienen. De rechter besluit of het recht van overpad kan worden opgeheven. Dit kan op verschillende gronden. Bijvoorbeeld omdat er sprake is van onvoorziene omstandigheden. Maar ook als er geen redelijk belang meer is.

Recht van overpad

Het recht van overpad is een erfdienstbaarheid. Met een recht van overpad mag jij bijvoorbeeld over het terrein van jouw buurman lopen om bij jouw eigen terrein te komen. Het recht van overpad is pas officieel als er een notariële akte is opgesteld en het is ingeschreven in het Kadaster.

Heb je zelf afspraken gemaakt met de buren over het gebruik van de grond? Maar zijn deze afspraken niet door een notaris vastgelegd en ingeschreven in het Kadaster? Dan is er officieel geen recht van overpad, maar een ‘persoonlijk recht’. Je hebt dan samen met de buren afspraken gemaakt waar je je aan moet houden. Deze afspraken stoppen bij de verkoop van een van de woningen. Een nieuwe eigenaar is niet gebonden aan de afspraken.

Wat als je het recht van overpad, dat officieel is ingeschreven, wilt opheffen. Hoe gaat dat in zijn werk?

Zelf opheffen

De eigenaar van het heersende erf kan afstand doen van zijn recht van overpad. Dit is degene die de grond gebruikt. Dit gaat dan op kosten van de eigenaar van het heersende erf. De eigenaar van het dienende erf is gehouden hieraan mee te werken. Onderling kunnen de eigenaren een andere kostenverdeling afspreken.

Dit is geregeld in art. 5:82 van het Burgerlijk Wetboek.

Opheffen via de rechter

Rechter vonnis

De rechter kan ook het recht van overpad opheffen. Dit moet op vordering van de eigenaar van het dienende erf. Het dienende erf is de grond waar overheen wordt gelopen. Het opheffen kan in de volgende gevallen:

  • Onvoorziene omstandigheden;
  • Strijd met het algemeen belang; of
  • Onmogelijke uitoefening of geen redelijk belang.

Dit is vastgelegd in art. 5:78 en 79 van het Burgerlijk Wetboek.

Als het recht van overpad onmogelijk is geworden of als de gebruiker ervan geen redelijk belang meer heeft bij de uitoefening kan het recht van overpad worden opgeheven. Bij de beoordeling hiervan gaat de rechter uit van de belangen van de eigenaar van het heersende erf, degene die de grond gebruikt.

Voorbeeld: een boer heeft een recht van overpad op het terrein van zijn buurman. Door een wegomlegging is het voor de boer nu ook mogelijk om via de openbare weg met zijn trekker bij zijn land te komen. De boer heeft nu geen belang meer bij het recht van overpad.

Als de rechter het recht van overpad opheft moet het worden uitgeschreven uit het Kadaster.