Rekenvoorbeeld Erfbelasting

Rekenvoorbeeld Erfbelasting

Home » Rekenvoorbeeld Erfbelasting
8.5

Erfbelasting in de praktijk

Hoe bereken je erfbelasting?

Aan de hand van een rekenvoorbeeld laten we zien hoe je de eerste erfenis berekent. Met een langstlevende en vrijstellingen. Hoe pakt dat vervolgens uit bij het tweede overlijden? Volg de stappen en het is goed te volgen.

Erfbelasting uitrekenen

Hoe zet je een berekening van erfbelasting op. We nemen een traditioneel voorbeeld. Een echtpaar bestaande uit een man en vrouw en twee kinderen.

Rekenvoorbeeld 1 Erfbelasting bij een echtpaar

Van een echtpaar overlijdt de man. Ze waren getrouwd in gemeenschap van goederen en hebben twee kinderen. Ze hebben samen een huis dat een WOZ waarde heeft van € 300.000 en de hypotheek is afgelost. De overige bezittingen bestaan uit een auto van € 20.000 en een inboedel die verzekerd is voor € 30.000. Ze bezitten dus samen in totaal € 350.000.

De vrouw heeft hiervan via de gemeenschap van goederen de helft al in haar bezit. Die € 175.000 is dus geen erfenis. De andere € 175.000 is de erfenis en moeten ze delen met drie personen. De vrouw en de kinderen krijgen een gelijk deel. Ieder erft € 58.333,33. De vrouw heeft als langstlevende het recht op de hele erfenis. Zij hoeft dus niets aan de kinderen af te dragen. Ze moet wel de erfbelasting voor haar rekening nemen.

Over haar deel is geen erfbelasting verschuldigd. Dat valt ruim onder de vrijstelling. De kinderen hebben ieder een vrijstelling van € 20.946 (cijfers 2020). Zij moeten ieder 10% erfbelasting betalen over 37.369,33. Dat is dus 3.736,93 ieder. In totaal moet moeder namens de kinderen dan € 7.473,86 erfbelasting afdragen.

Let op! Nu maken moeder en de kinderen een overeenkomst. Moeder gaat 6% rente betalen over het erfdeel van vader dat zij onder zich mag houden. Die rente wordt ieder jaar bijgeschreven bij de schuld van moeder aan de kinderen. Dat is in jaar één € 3.500 per kind. In jaar twee is het al € 3.710. In vijf jaar groeit dit bedrag zo aan tot € 73.650.

Rekenvoorbeeld 2 Erfbelasting bij tweede overlijden

Na vijf jaar overlijdt ook moeder. De vordering die de kinderen op moeder hebben moet eerst betaald worden om te bepalen hoe groot haar resterende vermogen is. Voor het gemak doen we of de andere cijfers uit voorbeeld 1 niet gewijzigd zijn. Moeder bezit dus € 350.000. Maar hier gaat nu de vordering van de beide kinderen af. Zo resteert bij moeder maar een bezit van € 202.711.

Ieder kind erf nu € 101.355. Hier haal je de vrijstelling van € 20.946 (cijfers 2020) af. Over iets meer dan € 80.000 moet ieder kind 10% erfbelasting betalen. Hier resteert een netto erfenis van € 93.316..

Over de erfenis van vader heeft moeder al de erfbelasting afgedragen. Dat hoeft dus geen tweede keer. De kinderen ontvangen dus € 93.316 (erfenis moeder) plus € 73.650 (de schuld van moeder door de erfenis van vader). Ze ontvangen ieder een € 166.961. De totale belastingdruk is door deze manier van afrekenen een stuk lager dan 10% geworden.

Heeft onze uitleg je verder geholpen?