Met de erven van of ‘de ervan van wijlen’ bedoel je de gezamenlijke of alle erfgenamen van de overleden persoon. Bij correspondentie over de afwikkeling van een nalatenschap is het gebruikelijk dat de afzender die aanhef of adressering gebruikt.
De bank kan de tenaamstelling van de bankrekening veranderen in ‘de ervan van’. Hiermee laat de bank dan in het midden wie de erfgenamen zijn. Soms vraagt de bank een Verklaring van Erfrecht om de tenaamstelling van de bankrekening te wijzigen.
Het overlijdensregister is een register waarin gemeenten het overlijden van personen registreren. Een belanghebbende kan een uittreksel uit het overlijdensregister opvragen bij de gemeente waar de persoon is komen te overlijden. Dat document noem je een overlijdensakte.
De gemeente waar je dit moet opvragen, is meestal de woonplaats van de overledene. Is iemand in het ziekenhuis overleden, dan moet je naar de gemeente waar het ziekenhuis staat.
Je hebt een uittreksel nodig als je bij het Centraal Testamentenregister (CTR) wilt nagaan of de overledene een testament heeft laten maken.
In de praktijk is het overlijdensregister geen afgezonderd register. Het maakt onderdeel uit van de Basisregistratie Personen.
De vaderschapstest is een test om vast te stellen of het DNA van de onderzochte persoon dat van de biologische vader is van het kind. De biologische vader is de verwekker. De test noem je ook wel vaderschapsonderzoek of verwantschapsonderzoek.
De test is met name van belang bij het vaststellen van het ouderschap. Bijvoorbeeld voor afstammingskwesties als ouderlijk gezag en erfrecht.
De boedelgevolmachtigde is de persoon die is aangewezen om beslissingen te nemen over de boedel. Deze persoon kan delen van de nalatenschap verkopen. De erfgenamen geven deze persoon een boedelvolmacht waarin de bevoegdheden en reikwijdte van de volmacht zijn opgenomen.
De nabestaande is het familielid dat achterblijft als iemand is overleden. In de ruime zin is een nabestaande ieder familielid. In de beperkte zin is het alleen de partner of echtgenoot van de overledene.
Bijvoorbeeld een nabestaandenpensioen is alleen van toepassing op partner of echtgenoot. Ook een uitkering op grond van de Algemene Nabestaanden Wet (ANW) is voorbehouden aan partners of echtgenoten. Bij een groot ongeluk spreekt men meestal over nabestaanden in de ruime zin.
De Europese Erfrechtverordening is een regeling die geldt voor personen die op of na 17 augustus 2015 zijn overleden in een EU-lidstaat. Deze regeling geldt ook als er niks over is bepaald in het testament van de overledene.
De verordening geeft regels over volgens welk recht de erfenis moet worden afgewikkeld. Dus welk erfrecht van toepassing is op de erfenis. De nationaliteit van de erflater is voor toepasselijkheid van de Erfrechtverordening niet van belang.
Toepasselijk Recht
De regels gelden alleen voor overlijden van EU-ingezetenen. Op grond van de verordening is automatisch (dus als er geen rechtskeuze is gemaakt) het recht van de EU-lidstaat van toepassing waar de erflater op het tijdstip van overlijden zijn gewone verblijfplaats had. Dus als een Nederlander vóór zijn of haar overlijden tien jaar lang in Duitsland woonde en in Duitsland komt te overlijden, dan is Duits recht van toepassing op zijn of haar erfenis.
Rechtskeuze
De verordening laat toe dat in dat voorbeeld de Nederlander een rechtskeuze in zijn testament mag maken voor Nederlands recht. Deze regeling is dus vooral interessant voor Nederlanders die ergens anders in Europa bezittingen hebben.
Het natuurlijk kind is een persoon die niet door zijn of haar vader is erkend en buiten een huwelijk of geregistreerd partnerschap is geboren. De vaststelling dat iemand een natuurlijk kind is, is van belang voor het erfrecht.
Erfrecht biologisch kind
Als natuurlijk kind heb je niet automatisch recht op de erfenis, dat hebben alleen ‘’wettige kinderen’’. Dan moet eerst gerechtelijk het vaderschap worden vastgesteld.
De rechter stelt vast dat de overledene de verwekker (dus biologische vader) was. Dit kan onder andere met een vaderschapstest. Anders moet het kind in het testament van de overledene zijn aangewezen als erfgenaam. Erkende, maar in een testament onterfde, natuurlijke kinderen hebben wel recht op de legitieme portie.
De toerekening van schuld is de mindering op het erfdeel gelijk aan de schuld die een erfgenaam heeft aan de erflater. In dat geval is de erfgenaam dus tegelijk schuldenaar en schuldeiser. Hierdoor voorkom je dat de erfgenaam zijn erfdeel ontvangt terwijl hij eigenlijk ook moest betalen aan de erflater.
Er vindt bij de verdeling van de nalatenschap niet automatisch toerekening van schulden plaats. De andere erfgenamen moeten eisen dat bij de verdeling van de erfenis de schuld voor rekening komt van de erfgenaam. Denk bijvoorbeeld aan een lening die de erfgenaam had gekregen van de erflater. Door toerekening van schulden ontvangt die erfgenaam dus minder, maar worden de andere erfgenamen niet meer geconfronteerd met de schuld uit de nalatenschap. De schuld die de ene erfgenaam heeft, komt daardoor niet voor rekening van de andere erfgenamen.
Aanwas is de situatie dat er erfgenamen of legatarissen geen aanspraak maken op hun erfdeel, waardoor dat erfdeel wordt verdeeld over de anderen die in het testament zijn benoemd. Dat kan bijvoorbeeld doordat een erfgenaam de erfenis verwerpt of al eerder dan de erflater overlijdt. In dat geval krijgen de andere erfgenamen in evenredigheid dat deel van de erfenis. Dat deel heet het vrijvallende deel.
Voorbeeld van aanwas
Erflater A heeft een testament gemaakt en overlijdt. In het testament zijn twee erfgenamen benoemd, B en C. Zij krijgen ieder de helft van de nalatenschap. B overlijdt voordat erflater A overlijdt en B had zelf geen kinderen. In dat geval krijgt C door aanwas de gehele nalatenschap.
Je kan van deze regeling afwijken door in je testament een andere regeling op te nemen. Bijvoorbeeld plaatsvervulling. Daarbij treden de kinderen van de erfgenaam in de plaats van de erfgenaam als hij of zij eerder dan de erflater overlijdt.
De som ineens is het recht van een kind van een erflater op een geldsom voor de kosten van zijn verzorging en opvoeding totdat dat kind 18 jaar wordt. Een kind kan hierop ook aanspraak maken voor de kosten voor zijn levensonderhoud of studie totdat dit kind 21 jaar wordt. De som wordt betaald uit de nalatenschap. Het is dus een geldvordering op de gezamenlijke erfgenamen.
De geldsom ineens is eigenlijk een voortzetting van alimentatie na overlijden. Er moet aangetoond worden dat er een “behoefte” aan is bij het kind. De hoogte van het bedrag wordt dan vastgesteld door de rechter.
De hoogte van de som ineens mag niet hoger zijn dan de helft van de waarde van de nalatenschap. Er is alleen recht op als het kind het ook financieel nodig heeft. Het recht op de som ineens gaat voor de legitieme portie.
In een testament kan niet worden opgenomen dat het kind geen recht heeft op de som ineens.