Stappenplan Stichting Derdengelden oprichten 263.48

Stappenplan Stichting Derdengelden oprichten 263.48

Home » Stichting » Stappenplan Stichting Derdengelden oprichten
8.6

In 4 stappen een stichting derdengelden oprichten

Stappenplan voor je akte


Wij willen je graag helpen een stichting derdengeld op te richten. Dit stappenplan stichting derdengelden is daarvoor. Hieronder hebben we de besluiten die je moet nemen om de stichting op te richten op een rijtje gezet. Als je het antwoord op deze vragen hebt dan kun je het formulier op onze site heel snel invullen en je stichting afronden bij de notaris.

  1. De naam

    De stichting moet een unieke naam hebben. De naam bestaat standaard uit de tekst “Stichting derdengelden”, of als je geen advocaat bent “Stichting beheer en incasso geldmiddelen ten behoeve van” gevolgd door de naam van jouw organisatie.
    Je mag de stichting ook oprichten voor een aantal organisaties tegelijk. De naam van de nieuwe stichting mag niet lijken op die van een bestaande stichting. Voordat je de naam kiest kun je in het online handelsregister opzoeken of de naam niet reeds in gebruik is.
    De naam luistert heel nauw. Veel banken weigeren om een bankrekening te openen voor stichtingen derdengelden. Zij zijn van mening dat die specifieke benaming alleen te gebruiken is door stichtingen die werken voor de bijzondere beroepen, zoals de advocatuur, notariaat en deurwaarders. Voor de andere stichtingen vindt de bank dat het verwarrend is als in de naam het woord “derdengeld” komt te staan. Dit geldt uitsluitend voor nieuw op te richten stichtingen, er zijn honderden bestaande stichtingen met die naam. Om discussie te voorkomen passen we de naam aan.

  2. Doelstelling en middelen

    De doelstelling en de herkomst van de middelen zijn dwingend voorgeschreven. Voor de advocaten is dat door de Orde. Voor de andere stichtingen hebben wij een perfecte en goed bruikbare doelstelling ontworpen. Je kan en mag hier niets aan wijzigen. Het doel is namelijk het incasseren, beheren een doorbetalen van het geld. Aangevuld met een aantal zaken die de stichting absoluut niet mag, om onnodige risico’s te voorkomen.

  3. Adres en dergelijke

    Elke stichting moet een adres hebben. Gebruikelijk is het adres gelijk te houden aan het organisatieadres van de organisatie waarvoor het geld wordt beheerd. De adressen van de bestuursleden worden niet gepubliceerd in het handelsregister. De notaris heeft echter altijd een adres nodig. Die moet namelijk de bestuursleden kunnen controleren in de openbare registers.

  4. Organisatie en bestuur

    Bestuur. Het model gaat uit van een hele normale bestuursstructuur. Daarbij dus geen Raad van Advies en dergelijke.
    Hoeveel bestuurders? Wij gaan uit van drie bestuurders. Dat waarborgt de onafhankelijkheid van de stichting het best. Met minder bestuurders is geen sprake van een onafhankelijke stichting. Dat is ook het geval als je met de directie of medewerkers de meerderheid van het bestuur vormt. Let daarbij op, want doel van de stichting is het afscheiden van vermogen. Als een schuldeiser kan aantonen dat er feitelijk geen afgescheiden vermogen is, dan loop je een risico.
    Voor Advocaten: De Orde schrijft voor dat er minimaal twee leden in het bestuur moeten zitten. Lid van het bestuur kunnen uitsluitend advocaten zijn of hen met wie een advocaat een samenwerking mag aangaan. Dit in verband met de vertrouwelijkheid van de gegevens waarover de stichting beschikt.
    Aanvullende kleine zaken over het bestuur:

    Zittingsduur bestuurders. De bestuurders mogen eeuwig zitting hebben in het bestuur, zolang zij voldoen aan de eis hiervoor.
    Beloning bestuurders. De bestuurders mogen geen beloning ontvangen.
    Boekjaar. Een boekjaar loopt van 1 januari tot 31 december.