Doelstelling effectief formuleren bij de oprichting van een stichting

8.4
Hoe maak je een doelstelling?



Een doelstelling maak je door deze specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden (SMART) te formuleren. Het doel moet duidelijk zijn en passen binnen de beschikbare middelen en tijd. Zorg ervoor dat het doel ambitieus is, maar ook haalbaar en flexibel genoeg om in de praktijk aan te passen.

Wat is een stichting?

Een stichting is een rechtspersoon die wordt opgericht via een notariële akte. In tegenstelling tot andere organisaties, zoals verenigingen, heeft een stichting geen leden. Het hoofddoel van een stichting is om met de beschikbare middelen een specifiek doel te realiseren, zoals vastgelegd in de statuten.

Een stichting kan door één persoon of meerdere personen worden opgericht, en zelfs door andere rechtspersonen. Dit maakt de stichting een flexibele juridische vorm voor het nastreven van maatschappelijke, culturele of andere niet-commerciële doelen.

Doelstelling van een stichting

De doelstelling van een stichting is het gewenste resultaat dat de stichting binnen een bepaalde tijd wil bereiken. Het formuleren van deze doelstelling is een cruciaal onderdeel van de oprichting. Een goed geformuleerde doelstelling is:

  • Duidelijk, zodat iedereen weet waar de stichting voor staat;
  • Uitdagend en ambitieus, maar niet onhaalbaar;
  • Realistisch, passend binnen de beschikbare middelen en tijd.

Onderscheid tussen statuten en beleid

Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen de doelstelling in de statuten en het doel zoals dat in het beleid wordt uitgewerkt.

  • Doelstelling in de statuten:
    Dit is een algemene en breed geformuleerde omschrijving die niet vaak verandert. Het aanpassen van de statuten vereist namelijk een notariële akte. Daarom moet de statutaire doelstelling voldoende flexibel en tijdloos zijn.
  • Beleidsdoelstellingen:
    Deze zijn specifiek, concreet en kunnen met de tijd worden aangepast. Hierin werk je uit hoe je de missie van de stichting in de praktijk gaat verwezenlijken.

Let op: wanneer het bestuur handelt buiten de statutaire doelstelling, kan dit leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid.

Effectief het doel van een stichting formuleren

Om de doelstelling van je stichting effectief en werkbaar te maken, zijn de volgende richtlijnen belangrijk:

  1. Gebruik SMART-doelen:
    Formuleer doelen die Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden zijn. Dit maakt het duidelijk wat je wilt bereiken en wanneer.
  2. Houd de missie breed, de doelen specifiek:
    • De missie beschrijft het “waarom” van de stichting.
    • Bijvoorbeeld: Het bevorderen van gelijke kansen voor alle kinderen, ongeacht hun achtergrond. Deze missie legt duidelijk het “waarom” van de stichting uit: het streven naar een rechtvaardigere samenleving.
    • De doelstellingen beschrijven het “hoe” en “wat”.
    • Bijvoorbeeld: Het bieden van naschoolse educatie aan 200 kinderen in regio X om hun leerprestaties te verbeteren. Deze doelstelling beschrijft het “hoe” en “wat” door aan te geven welke actie er wordt ondernomen en wat het gewenste resultaat is.

Zorg ervoor dat je beleidsdoelen concreet zijn, maar laat ruimte voor aanpassingen.

  1. Formuleer flexibel in de statuten:
    Vermijd te strikte of gedetailleerde doelstellingen in de statuten, zodat de stichting kan inspelen op veranderende omstandigheden.
    • Bijvoorbeeld, in plaats van “Het organiseren van een maandelijks evenement in de regio X, met minimaal 100 deelnemers,” kun je beter zeggen “Het bevorderen van maatschappelijke betrokkenheid in de regio.” De eerste doelstelling is te gedetailleerd, terwijl de tweede breed en flexibel is zodat de stichting zich kan aanpassen aan veranderende omstandigheden.
  2. Maak het haalbaar én ambitieus:
    Stel uitdagende doelen, maar houd ze realistisch. Dit voorkomt dat het bestuur ontmoedigd raakt door onhaalbare ambities.
  3. Maak een onderscheid tussen doel en middelen:
    Het doel is het gewenste eindresultaat. De middelen zijn de methoden om dat resultaat te bereiken. Zorg ervoor dat je deze niet door elkaar haalt.
    • Bijvoorbeeld: Doel: Het verlagen van het aantal schooluitvallers in regio X met 20% binnen drie jaar. Middelen: Het aanbieden van bijles, mentorprogramma’s en psychologische ondersteuning aan risicoleerlingen. Niet te doen: Het organiseren van 100 bijles-sessies per jaar om schooluitval te verminderen. In dit geval worden middelen als doel gepresenteerd, terwijl het echte doel niet helder wordt aangegeven. Het gaat hier om de manier waarop iets bereikt wordt in plaats van het gewenste eindresultaat.

Bij ons kan je de doelstelling die je hebt opgemaakt kosteloos laten controleren.

Doelstelling formuleren

Valkuilen bij het formuleren van een doelstelling

1. Te ambitieus en daardoor onhaalbaar

Bijvoorbeeld: “Het bestrijden van armoede en achterstand in Suriname.”
Dit doel is te breed en daardoor niet uitvoerbaar. Maak het specifieker, zoals:

  • “Het bestrijden van armoede en achterstand in de regio Paramaribo, met een focus op het ondersteunen van mensen bij het genereren van eigen inkomsten.”

SMART maken:

  • Hoeveel mensen wil je binnen een jaar helpen?
  • Hoeveel middelen zijn daarvoor nodig?

2. Te gedetailleerd en niet flexibel genoeg

Bijvoorbeeld: “Een maandelijkse bijeenkomst organiseren op het dorpsplein.”
Als je besluit de bijeenkomsten vaker of minder vaak te houden, of op een andere locatie, voldoen de statuten niet meer.

Een betere formulering zou zijn:

  • “Het organiseren van bijeenkomsten om gemeenschapszin te bevorderen.”

SMART maken:

  • Beschrijf in je beleidsplan hoe vaak je in het komende jaar bijeenkomsten plant en hoeveel deelnemers je verwacht.

Met deze richtlijnen kun je een sterke basis leggen voor de doelstellingen van je stichting, zowel in de statuten als in het beleid. Zo blijft je stichting flexibel en gericht op haar missie, terwijl ze realistische doelen nastreeft.

Is er nog recht op de erfenis na een scheiding?

Ja als de erfenis is ontstaan tijdens het huwelijk dan heeft de ex-echtgenoot recht op een deel van de erfenis ook na de scheiding. Dat is anders als er nadrukkelijk vanaf is gezien door die persoon.

Een huwelijk kan eindigen door echtscheiding of door het overlijden van een van de echtgenoten. Hoe zit het met een erfenis die tijdens het huwelijk ontstaat, maar pas na de scheiding beschikbaar komt?

Erfenis

Erfenis tijdens het huwelijk, scheiding onderweg

Wanneer een van de ouders van een echtgenoot overlijdt tijdens het huwelijk en er geen testament is, krijgt de langstlevende ouder alles. De kinderen krijgen echter een recht (vordering) op hun deel van de erfenis, maar kunnen dit pas opeisen als ook de langstlevende ouder overlijdt. Dit wordt gezien als een toekomstige erfenis. In dit geval is dus een van de echtgenoten tijdens het huwelijk erfgenaam geworden, maar is dat erfdeel pas later opeisbaar. Deze echtgenoot is dus eigenaar van een vordering op de langstlevende ouder. Die vordering heeft een waarde.

Scheiding na het overlijden

Als de echtgenoten na die erfenis besluiten te scheiden, moeten ze afspraken maken over deze vordering. Dit hoort namelijk bij hun gezamenlijke bezittingen. Als in de scheidingsakte niet duidelijk staat wat er met die vordering moet gebeuren, kan deze vervallen. Dit gebeurt omdat de partners vaak tekenen dat ze niets meer van elkaar te eisen hebben. Je noemt dat ook juridische wel finale kwijting, dat begrip kan je in de echtscheidingsdocumenten aantreffen. Hierdoor kan de toekomstige uitbetaling van de erfenis over het hoofd worden gezien.

Voorbeeld erfenis tijdens echtscheiding

Rick en Sofia zijn getrouwd in gemeenschap van goederen. De vader van Sofia overlijdt zonder een testament. Sofia krijgt een vordering op haar moeder, maar kan deze pas opeisen als haar moeder ook komt te overlijden. Dit betekent dat Sofia in de toekomst haar deel van de erfenis krijgt.

Rick en Sofia besluiten na een tijdje te scheiden. In de scheidingsakte moeten ze al hun bezittingen verdelen, waaronder het recht op de toekomstige uitbetaling van de erfenis van Sofia. Maar ze vergeten dit te bespreken en vast te leggen.
Bij de scheiding tekenen ze een akkoord waarin staat dat ze niets meer van elkaar te vorderen hebben. Hierdoor vervalt Ricks recht om een deel van Sofia’s toekomstige erfenis te claimen, terwijl hij eigenlijk wel recht had op een deel van deze vordering tijdens het huwelijk.

Heeft de ex-partner recht op een erfenis?

Na de scheiding heeft een ex-partner geen recht meer op een erfenis die later, dus na de scheiding vrijvalt. De peildatum is als de scheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.  Hiermee is het huwelijk beëindigd en kunnen ex-partners geen aanspraak meer maken op elkaars aandeel in een nalatenschap.

Als de scheiding nog niet is afgerond, blijft de andere echtgenoot erfgenaam. Dit geldt, tenzij in een testament anders is geregeld. Vaak is dit een ongewenste situatie. Het is daarom verstandig om tijdens de scheidingsprocedure van jouw kinderen ook naar het testament te kijken en dit indien nodig is aan te passen.

Wie kunnen er samenwonen?

Iedereen kan of mag samenwonen. Een juridische vorm van samenwonen, met een samenlevingscontract is echter wel beperkt. Dat samenwonen kan alleen door mensen die een liefdesrelatie hebben. Je kunt dus geen samenlevingscontract in juridische zin hebben met een broer of zus of kennis.

Het nut van een samenlevingscontract

huwelijksvoorwaarden

Een samenlevingscontract is een schriftelijke overeenkomst tussen twee partners die samenwonen, waarin zij afspraken vastleggen over hun gezamenlijke huishouding, eigendommen, kosten en eventuele zorgverplichtingen. Het is een manier om praktische en financiële zaken te regelen wanneer je samenleeft, zonder dat je hoeft te trouwen of een geregistreerd partnerschap aan te gaan. Zo kunnen er afspraken gemaakt worden over de verdeling van huur of hypotheeklasten, de eigendomsverdeling van gezamenlijk aangeschafte spullen, en over de manier waarop jullie voor elkaar zorgen.

Voorwaarden aan de relatie

Belangrijk om te weten is dat een samenlevingscontract alleen kan worden opgesteld tussen partners in een affectieve relatie, zoals geliefden. Je kunt natuurlijk samenwonen met iemand anders dan je geliefde. Hoewel je met een vriend(in) kunt samenwonen en afspraken kunt maken over gezamenlijke zaken, heeft dit juridisch niet hetzelfde effect als een samenlevingscontract met een partner.

Om een samenlevingscontract aan te kunnen gaan, moet je minimaal 18 jaar oud zijn en niet onder curatele staan. De wet erkent alleen een samenlevingscontract tussen twee personen. Een relatie met meer dan twee personen kan wel afspraken maken, maar kan geen samenlevingsovereenkomst afsluiten volgens de wet.

Een samenlevingscontract is dus mogelijk tussen twee mensen, ongeacht of ze van hetzelfde of van verschillend geslacht zijn.

Bijvoorbeeld, stel dat jij en je geliefde samen een huis kopen. In het samenlevingscontract kunnen jullie vastleggen wat er gebeurt met het huis en de hypotheek als jullie uit elkaar gaan. Dit biedt zekerheid voor beide partijen. Wanneer je met een vriend samenwoont, geeft zo’n contract niet dezelfde juridische bescherming.

Erfgenaam door samenwonen

Je kunt iemand die geen partner is, bijvoorbeeld een vriend of vriendin, aanwijzen als erfgenaam. Echter, als je samenwoont zonder samenlevingscontract, valt die persoon voor de erfbelasting onder de categorie overige personen. Dit betekent dat zij een hoge erfbelasting moeten betalen en slechts een zeer lage belastingvrijstelling krijgen.

Zonder een samenlevingscontract wordt een huisgenoot dus niet als fiscale partner beschouwd, wat leidt tot minder gunstige fiscale regels bij een erfenis. Voor partners met een samenlevingscontract gelden juist hogere vrijstellingen en lagere tarieven voor erfbelasting. Daarom kan het voordelig zijn om naast een testament ook een samenlevingscontract op te stellen om fiscale nadelen te beperken.

Maatschappelijke discussie

Hoewel samenwonen mogelijk is, erkent de wet een samenlevingsovereenkomst alleen tussen partners met een affectieve band. Dit is een belangrijk punt in de discussie over het erfrecht, omdat velen vinden dat andere vormen van samenwonen beter beschermd moeten worden.

overdrachtsbelasting

De overdrachtsbelasting is een belasting die je betaalt als je een huis, grond of ander onroerend goed koopt.

De overdrachtsbelasting is 2% als je de woning koopt om er zelf voor langere tijd in te wonen. Er is ook een startersvrijstelling.

Voor alle andere soorten onroerend goed, zoals vakantiewoningen, bedrijfspanden, onbebouwde grond of een losse garage, betaal je 8%.

Tarieven overdrachtsbelasting 2026

Er zijn drie tarieven:

SoortBelastingpercentage
Laag of vrijgesteld0%
Gewoon tarief2%
Hoog tarief8%
Tarief bij de Belastingdienst

Vrijstelling starters overdrachtsbelasting

Koop je voor het eerst een woning waar je zelf in gaat wonen? En voldoe je aan bepaalde voorwaarden? Dan kun je de startersvrijstelling krijgen en hoef je geen overdrachtsbelasting te betalen.

  • meerderjarig en jonger dan 35 op het moment van de woningverkrijging
  • niet eerder gebruik gemaakt van de startersvrijstelling
  • maximale woningwaarde € 555.000 in 2026

De woningwaarde is de waarde van woning zoals in het economische verkeer. Dat is in principe dus de koopprijs. Dat is inclusief eventuele zaken zoals een tuin, garage en dergelijke. Zit je rond die grens, dan kun je ook kijken of je die buiten de koop kunt houden.


Naast de startersvrijstelling zijn er nog andere vrijstellingen, bijvoorbeeld als je ook omzetbelasting betaalt of een landgoed koopt. Hier gelden wel speciale regels voor.

Is het mogelijk een samenlevingscontract op te stellen als een van de partijen van buitenlandse afkomst is?

Ja dat kan, als die persoon de Nederlandse taal beheerst. Spreekt die partner een andere taal, dan kan het nog steeds, maar moet er vertaald worden.

Niet Nederlands

Nederlands

Het is mogelijk om een samenlevingscontract op te stellen als een van de partijen uit het buitenland komt. Het is echter belangrijk dat beide partijen het contract goed begrijpen. Het document is in het Nederlands. Er moet een tolk worden ingeschakeld als een van de partijen de Nederlandse taal niet goed beheerst. Een goede vertaling zorgt ervoor dat iedereen begrijpt wat er in het contract staat. Zodat iedereen bewust akkoord gaat met de afspraken.

De reden

Een samenlevingscontract betekent dat je belangrijke verplichtingen aangaat in je privéleven. Daarom moet het document vertaald zijn. Het officiële document is namelijk in het Nederlands opgesteld. Bij de notaris moet iemand aanwezig zijn die kan vertalen tijdens de gesprekken over de samenlevingsovereenkomst.

Zelf vertalen

Je mag niet zomaar iemand meenemen die de taal spreekt. Die persoon moet een officiële tolk (beëdigd vertaler) zijn, vooral als de notaris de taal niet spreekt. In sommige gevallen kan de notaris besluiten dat een tolk niet nodig is, afhankelijk van de specifieke situatie.

Voorbeeld

Iemand van Marokkaanse afkomst en een Nederlander willen een samenlevingscontract opstellen. Ze wonen samen en willen afspraken vastleggen over financiën en eigendommen. De persoon van Marokkaanse afkomst beheerst de Nederlandse taal niet goed genoeg om het contract volledig te begrijpen. Daarom schakelen ze een officiële tolk in die vloeiend Marokkaans-Arabisch spreekt.
Deze tolk zorgt ervoor dat alles wat de notaris uitlegt over het contract duidelijk is voor beide partijen. Op deze manier weten ze zeker dat er geen misverstanden ontstaan en kunnen ze het samen zonder zorgen bij de notaris ondertekenen.

Wat is een aandeelhoudersovereenkomst?

Dit is een overeenkomst tussen de aandeelhouders van een BV. De overeenkomst kan ook worden opgesteld tussen aandeelhouders van verschillende BV’s, bijvoorbeeld als je via jouw persoonlijke BV een samenwerking hebt in een andere BV.

De aandeelhoudersovereenkomst

Een aandeelhoudersovereenkomst is een overeenkomst tussen de aandeelhouders van een BV. Hierin leggen zij afspraken vast. De afspraken die zijn gemaakt in de overeenkomst mogen niet in strijd zijn met de statuten van de BV. Is er een besluit genomen op basis van de aandeelhoudersovereenkomst, maar wijkt deze af van de statuten van de BV? Dan is het besluit ongeldig.

Waarom zou je een aandeelhoudersovereenkomst maken?

Je bent samen met iemand anders een BV begonnen. De statuten gaan niet uit van een persoonlijke reden om samen te werken. De praktijk is echter meestal anders. Jullie willen samen ondernemen. Gaat er iets mis, dan moeten jullie netjes uit elkaar kunnen. Hier komt de aandeelhoudersovereenkomst om de hoek kijken.

Er staan een reeks bepalingen in de overeenkomst als jullie uit elkaar willen of moeten gaan. In het jargon is er een onderscheid tussen een good leaver en een bad leaver. De bad leaver is een vennoot die uit de BV gezet wordt omdat die dingen doet die niet mogen. Denk aan bijvoorbeeld een vennoot die stiekem samenwerkt met de concurrent, of die zich schuldig maakt aan ongewenst gedrag in de onderneming. De good leaver is iemand die eruit stapt en zijn aandelen aanbiedt. Die regeling gebruik je ook bij een langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid of bijvoorbeeld een overlijden.

De overeenkomst geeft de achterblijvende partij en ook de vertrekkende partij bepaalde rechten en plichten. De bad leaver krijgt bijvoorbeeld een stuk minder geld voor de aandelen. Bij de good leaver zijn er een reeks bepalingen waardoor de achterblijvende vennoot mogelijkheden heeft de aandelen over te nemen.

Bij overlijden is er bijvoorbeeld onderling een aanbiedingsplicht. De aandelen van de overleden vennoot gaan dus niet over naar de erfgenamen. Zo zit de achterblijvende vennoot niet plotseling met de erfgenamen in een bedrijf.

Wat staat erin?

In de overeenkomst kun je veel afspraken maken. Deze afspraken mogen niet in strijd zijn met de wet of de statuten van de BV. De algemene regels voor het contractenrecht gelden ook voor deze overeenkomst. Dat wil zeggen dat er in de kern sprake is van contractsvrijheid. Jullie kunnen dus onderling alles afspreken.

Je kunt veel afspraken maken in de overeenkomst. Een voorbeeld van afspraken die je kunt maken:

  • afspraken over de overdracht of overgang van aandelen;
  • persoonlijke betrokkenheid bij de BV;
  • concurrentiebeding;
  • het verplicht aanbieden van aandelen;
  • dividendbeleid;
  • bepaling over de intentie tot overleg na bepaalde tijd om de aandelen te verkopen;
  • het vaststellen van de waarde van de onderneming;
  • koppeling tussen dividend en solvabiliteitseis (=de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen in de onderneming);
  • hoe te handelen bij conflicten;
  • minderheidsaandeelhouders en vetorecht;
  • geheimhoudingsbeding.

Naast deze onderwerpen kun je ook nog andere onderwerpen meenemen in de overeenkomst.

Organisatie en financiën

In de statuten van een BV zijn algemene regels voor het opstellen van bijvoorbeeld de jaarcijfers opgenomen. In de aandeelhoudersovereenkomst stellen jullie onderlinge afspraken op. Bijvoorbeeld over hoe en wanneer de cijfers opgesteld moeten worden. Ook kun je op voorhand afspraken maken over het uitkeren van dividend. Bijvoorbeeld dat je afspraken maakt onder welke voorwaarden (financiële kengetallen) er dividend uitgekeerd gaat worden. Dit soort afspraken zijn een aanvulling op de statuten. Onderling gelden ze dan tussen de aandeelhouders en zijn ze bindend.

Het maken van een aandeelhoudersovereenkomst

Het maken van een aandeelhoudersovereenkomst hoeft niet moeilijk te zijn. Je vindt op deze site twee verschillende modellen voor de aandeelhoudersovereenkomst. Hier staan de belangrijkste bepalingen al in opgenomen. Je ontvangt het document in een Word-bestand zodat je deze zelf nog kunt aanpassen.

Voor het opstellen van de overeenkomst hoef je dus niet langs een notaris.

Bij het maken van de overeenkomst zijn de algemene regels van het contractenrecht van belang. Deze staan voornamelijk in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Is de overeenkomst verplicht?

Het opstellen van een aandeelhoudersovereenkomst is niet (wettelijk) verplicht. Maar het kan wel veel voordelen hebben. Zo is duidelijk welke afspraken de aandeelhouders onderling hebben gemaakt.

Een ander voordeel van een aandeelhoudersovereenkomst is dat de overeenkomst vertrouwelijk is. De statuten van de BV zijn gepubliceerd bij het Handelsregister. Omdat de aandeelhoudersovereenkomst niet wettelijke verplicht is, zijn hier (bijna) geen regels voor. Deze hoef je dus ook niet te publiceren bij het Handelsregister.

Gegevens in de akte

Vanaf 1 januari 2023 is het niet meer verplicht om de aard en het nummer van het identiteitsdocument in een akte te vermelden. De aard van het identiteitsbewijs is bijvoorbeeld een paspoort of rijbewijs. De notaris mag deze gegevens niet meer in de akte opnemen. Ditzelfde geldt voor volmachten die aan de akte worden gehecht.

identiteitsgegevens

Door een wijziging van artikel 39 lid 1 van de Wet op het notarisambt (Wno) is dit niet meer nodig. Ook vanwege de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is dit vanaf 1 januari 2023 ook niet meer toegestaan.

In artikel 39 Wno is bepaald dat de notaris de identiteit van de personen die de eerste keer voor hem verschijnen vaststelt aan de hand van een identiteitsdocument zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

Door deze wijziging is er voor de notaris een administratieve verplichting vervallen die niet bijdraagt aan meer rechtszekerheid of fraudepreventie. De notaris blijft wel verplicht om de identiteit van de cliënt te verifiëren. Door deze controle is niet meer verplicht dat de identiteitsgegevens in de akte komen te staan. Het is dus wel van belang voor het dossier van de notaris en het blijft verplicht om de gegevens wel te controleren, maar deze komen niet meer in de akte te staan. Ga je naar de notaris, dan moet je zorgen voor een in Nederland geldig ID-bewijs.

Wordt mijn partner automatisch ook eigenaar van de woning?

Nee, als iemand bij jou komt wonen in jouw koopwoning, wordt diegene niet automatisch eigenaar. De woning blijft van jou. Je kunt wel afspraken maken, onder andere over het verdelen van de kosten. Bij die afspraken komen veel keuzes kijken die hieronder uitgelegd worden.

Samenwonen in een koopwoning

bij mij wonen

Jij, of jouw partner, is eigenaar van een koopwoning. Jullie gaan samenwonen in die koopwoning. Het is dan van belang dat jullie de afspraken goed vastleggen. Hoe gaan jullie de kosten verdelen? Wat spreken jullie af over de woning en de waarde als jullie de relatie verbreken. Maar ook, wat als één van de partners komt te overlijden? Hoe willen jullie daarmee omgaan? Als jullie niets vastleggen, wordt de andere partner niet automatisch eigenaar van de woning, maar gaat die naar de wettelijke erfgenamen.

Als jullie gaan samenwonen in een koopwoning, is het altijd verstandig om een samenlevingscontract op te stellen. In het samenlevingscontract maken jullie afspraken over hoe jullie de kosten verdelen.

Er zijn een paar opties:

  • de woning apart houden
  • de woning gemeenschappelijk maken
  • de waardestijging of waardedaling delen

Woning apart houden

De eerste optie is het apart houden van de woning. Het blijft dus jouw woning. Jouw partner is niet verplicht om mee te betalen aan de hypotheek als die bij jou komt wonen. Jij bent eigenaar en hebt daarmee een belastingvoordeel en jij bouwt vermogen op. Jouw partner niet. Jouw partner kan wel op een andere manier bijdragen aan de gezamenlijk kosten, zoals de boodschappen, gas, water en licht. Als je verder niets regelt, en jij komt te overlijden, kan jouw partner niet in de woning blijven wonen.

De intrekkende partner kan ook een vast bedrag per maand betalen aan jou. Dit is dan een soort huur. Voor een indicatie van de kosten kun je bijvoorbeeld kijken op huurprijsberekenen.nl. De berekening is een indicatie. Het is belangrijk om de gemaakte afspraken regelmatig met elkaar door te nemen. Zeker als er iets verandert in jullie situatie qua inkomen. Het samenlevingscontract zegt nadrukkelijk dat er geen sprake is van huur in de zin van de wet. Dat zou juridisch heel lastig worden met zaken zoals huurbescherming.

Woning gemeenschappelijk maken

bij mij wonen

De tweede optie is om de woning gemeenschappelijk van jullie beiden te maken. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat jouw partner wel eigenaar wil worden van de woning. Dat kan. Jullie moeten hiervoor langs de notaris. Bij de notaris kunnen jullie bespreken welk deel van de woning naar jouw partner gaat. Bijvoorbeeld 50/50. Maar iedere andere verdeling kan ook. Jouw partner koopt dan een gedeelte van de woning. De gedeeltelijke eigendom gaat via een transportakte over op naam van jouw partner. Houdt er wel rekening mee dat jullie hiervoor naar de notaris moeten en kosten maken. Denk aan de notariskosten, kadasterkosten en overdrachtsbelasting. Daarnaast moet de hypotheekverstrekker hier ook toestemming voor geven.

De hypotheek komt (vermoedelijk) ook op twee namen. In dat geval is ieder partner nog steeds aansprakelijk voor de hele schuld. Dus als de ene partner niet kan betalen, betaalt de andere het hele bedrag.

Op het moment dat jullie uit elkaar zouden gaan moet de één de ander uitkopen. Of jullie verkopen de woning. Bij een overlijden is de andere partner niet automatisch eigenaar. Daarvoor moeten jullie ook nog een testament opstellen en elkaar tot erfgenaam benoemen.

De waardestijging of -daling van de woning delen

Het is mogelijk om de waardestijging of -daling van de woning samen te delen. Dat kan op twee manieren:

  • De woning voor de helft verkopen aan de intrekkende partner. Hierdoor worden jullie beide eigenaar en profiteren jullie samen van de waardestijging. Maar ook bij een waardedaling, delen jullie dit.
  • In een samenlevingscontract een meerwaardeclausule opnemen. Deze clausule houdt in dat, vanaf het moment van samenwonen, jullie allebei delen in de waardestijging of – daling van de woning. Let op! Zo’n clausule zit niet in het model van de DoeHetZelfNotaris. Het houdt namelijk ook in dat de waarde onafhankelijk moet worden vastgesteld. Er komt wel wat meer bij kijken dan een standaard contract zoals wij dat opstellen.

Wat als een van jullie komt te overlijden?

Willen jullie het bij overlijden ook goed regelen, stel dan direct twee testamenten op. Samenwoners zijn namelijk geen erfgenamen van elkaar. Met een testament kun je vastleggen dat jouw partner jouw erfgenaam is. Daarmee gaat de woning ook naar die partner en kan hij/zij er blijven wonen. Zonder testament is dat niet het geval, ook niet als er sprake is van gemeenschappelijk bezit.

Kan ik spullen apart houden als ik ga samenwonen?

Ja, dat is zeker mogelijk. Houdt deze spullen bij op een lijst. Als je de oorspronkelijke lijst toevoegt aan een notarieel samenlevingscontract staat het sterker. Gedurende het samenwonen kun je de lijst onderhouden zonder steeds naar de notaris te hoeven gaan. We leggen het puntsgewijs uit.

Privéspullen apart houden

Jullie gaan samenwonen. In de woning komen gemeenschappelijke spullen te staan. Jullie kopen bijvoorbeeld samen nieuwe meubels. Wat doe je met de spullen die privé moeten blijven, die jullie dus juist niet willen delen? Zoals een verzameling, muziekinstrument, auto, etc.

apart

Om persoonlijke spullen privé te houden, kunnen jullie een lijst opstellen. Dit kan een eenvoudig document zijn. Op de lijst zetten jullie de spullen die apart moeten blijven en van wie ze zijn. En jullie ondertekenen deze lijst. Je kunt eventueel ook aankoopbonnen toevoegen. Probeer zo duidelijk mogelijk te zijn: mijn “Fender gitaar van Prince” is dus duidelijker dan “mijn gitaar”

Schuldeisers

Een zelfgemaakte lijst werkt zeker tussen jullie onderling. Maar een zelf opgestelde lijst werkt niet altijd tegen derden. Een schuldeiser zal zich van de lijst niets van aantrekken als jullie niet kunnen bewijzen waarom een bepaald item aan de ene persoon toebehoort.

Samenlevingscontract opstellen

In een (notarieel) samenlevingscontract kunnen jullie opnemen wat er apart moet blijven en wat jullie juist wel willen delen. In het standaard model van de DoeHetZelfNotaris kun je ervoor kiezen om de volgende punten apart te houden of om ze juist te delen:

  • Voertuigen: denk hierbij aan een auto, maar ook een fiets of scooter.
  • Bank- en spaarrekeningen.

Naast het samenlevingscontract, of beter gezegd in aanvulling daarop, kunnen jullie een lijst opstellen met spullen die privé moeten blijven. Deze lijst wordt dan als bijlage toegevoegd aan het samenlevingscontract. Ook hier is het van belang dat jullie kunnen onderbouwen wat van wie is. Je kunt op deze manier niet alle spullen bij één partner onderbrengen, en de schulden bij de andere partner.

Spullen gekocht tijdens de relatie

De hierboven genoemde lijst is de beginstand. Tijdens de relatie kunnen jullie ook privé spullen kopen. Als je die echt privé wilt houden, moet je de lijst jaarlijks bijhouden en bijwerken. Alles wat niet op de lijst staat is dan gemeenschappelijk. Om bij het voorbeeld te blijven, de partner met de gitaar koopt van zijn eigen geld ook nog het jasje van Michael Jackson. Regelen jullie niets, dan zou je kunnen stellen dat het gemeenschappelijk bezit is geworden. Zet je het echter op de lijst, dan is duidelijk van wie het jasje is.

Conclusie

Samenwonen met een samenlevingscontract gaat in beginsel uit van alles delen. Dat is geen verplichting. Jullie kunnen een lijst aanleggen. Met behulp van die lijst blijven de persoonlijke spullen van de persoon die ermee verbonden is.

Aan welke voorwaarden moet de stichting of vereniging voldoen om de ANBI status te krijgen?

De stichting of vereniging moet aan een aantal voorwaarden voldoen als ze de ANBI status willen aanvragen. De organisatie moet onder andere gericht zijn op het algemeen nut, geen winstoogmerk hebben en een actueel beleidsplan hebben. Slechts een aantal voorwaarden moeten ook in de statuten zijn opgenomen.

De ANBI status

ANBI staat voor Algemeen Nut Beogende Instelling. Dit is een status die de Belastingdienst aan een stichting of vereniging kan toekenning. Om deze status te krijgen moet de organisatie wel aan een aantal voorwaarden voldoen.

ANBI Logo

Als een organisatie de ANBI status heeft gekregen van de Belastingdienst heeft dit fiscale voordelen. De stichting of vereniging kan dan schenkingen en erfenissen ontvangen zonder dat ze daarover schenk- of erfbelasting verschuldigd zijn.

Het is de Belastingdienst die de ANBI status toekend of niet. Het oprichten van de stichting of vereniging en de notaris staan hier los van. Hoewel de statuten wel bepaalde bepalingen moeten bevatten om door de test te komen. De modellen die DoeHetZelfNotaris hanteert voldoen hier natuurlijk aan.

Voorwaarden

Om als ANBI organisatie aangemerkt te kunnen worden moet je aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • De organisatie moet zijn gericht op het algemeen nut. Dit moet blijken uit de doelstelling die in de statuten staat.
  • De activiteiten van de organisatie moeten voor 90% het algemeen belang dienen.
  • Er is geen winstoogmerk, dit moet blijken uit de statuten. Als de ANBI wel winst maakt, dan moet zij dat besteden aan het algemeen nut.
  • De mensen die bij de organisatie betrokken zijn moeten voldoen aan de integriteitseisen. Als de Belastingdienst hierover twijfelt kan zij een VOG opvragen. Een persoon voldoet niet aan de integriteitseisen als hij/zij een misdrijf heeft gepleegd, er minder dan 4 jaar geleden een veroordeling heeft plaatsgevonden of het misdrijf een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert.
  • Binnen de organisatie mag niemand over het vermogen beschikking alsof het zijn eigen vermogen is. De bestuurders en beleidsbepalers mogen geen meerderheid hebben in de zeggenschap over het vermogen van de organisatie. Om die reden mogen de bestuurders bij een ANBI ook geen naaste familie van elkaar zijn.
  • De organisatie mag niet meer vermogen hebben dan wat nodig is voor het werk van de instelling. Het vermogen moet dus beperkt blijven. De organisatie mag niet gaan sparen.
  • Als de beleidsbepalers een vergoeding ontvangen moet deze vergoeding beperkt zijn tot een onkostenvergoeding of minimale vacatiegelden.
  • De organisatie moet een actueel beleidsplan hebben.
  • De organisatie moet een redelijke verhouding hebben tussen beheerskosten en bestedingen. Beheerskosten zijn kosten die de organisatie maakt voor het beheren van de organisatie, zoals de administratie.
  • Als de organisatie wordt opgeheven, moet het geld wat overblijft worden besteed aan een ANBI. Voor een culturele ANBI geldt dat het batig liquidatiesaldo besteed moet worden aan een ANBI met een soortgelijk doel.
  • De organisatie moet voldoen aan de administratieve verplichtingen. Uit de administratie moet in ieder geval het volgende blijken:
    • welk bedrag de beleidsbepalers hebben ontvangen aan onkostenvergoeding, vacatiegelden en overige betalingen;
    • welke kosten de organisatie heeft gemaakt;
    • de aard en omvang van de inkomsten en het vermogen van de instelling;
    • wat de kosten en bestedingen van de organisatie zijn.
  • Daarnaast moet de organisatie bepaalde gegevens publiceren op de eigen of een gemeenschappelijke website. De Belastingdienst heeft hier standaard formulieren voor.

Wat moet er in de statuten?

Niet al deze voorwaarden komen in de statuten van de stichting of vereniging te staan. Wat wel van belang is voor de statuten zijn de volgende punten:

  • De doelstelling. Uit de doelstelling moet blijken dat de organisatie is gericht op het algemeen nut.
  • De vergoeding voor de beleidsbepalers. In de statuten mag niet een uitbreiding van de vergoeding zijn opgenomen. Alleen een vergoeding van de onkosten en minimale vacatiegelden.

De overige voorwaarden hoeven dus niet in de statuten te worden opgenomen.

  • Veilige gegevensoverdracht
  • SSL certificaat