Hoe je de legitieme berekent

8.4
Hoe hoog is de legitieme portie?

De legitieme aanspraak is de helft van wat je als kind erft. Daarbij tel je de giften die de overledene in de afgelopen vijf jaar deed op. Je trekt er de schulden van de boedel vanaf.

Legitieme portie of legitieme aanspraak

De legitieme aanspraak is het bedrag waar je als onterfd kind recht op hebt. De hoogte van dat bedrag is enerzijds heel eenvoudig, maar anderzijds kan je het ook heel ingewikkeld maken. De legitieme aanspraak is het bedrag waar je daadwerkelijk recht op hebt. Wil je het nalezen in de wet? Paragraaf 2 Burgerlijk Wetboek Boek 4.

Zitten er alleen onroerende zaken en goederen in de erfenis? Dan kan het kind aanspraak maken op de waarde van de onroerende zaken en goederen. Ze hebben dus alleen recht op een vordering in geld en nooit in spullen of onroerend goed.

De kern

De kern van jouw aanspraak is dat je recht hebt op de helft van de erfenis die je gehad zou hebben als je niet was onterfd. Dat bedrag noem je de legitieme portie. Dus gaat de laatste ouder dood en zijn er twee kinderen? Dan zou je recht hebben op de helft van de erfenis. Doordat je onterfd bent heb je nu recht op de helft van de helft, dat is een kwart.

Erbij optellen

Om te voorkomen dat de onterfde benadeeld wordt door grote schenkingen ga je dit corrigeren. Het bedrag dat je hiermee gaat berekenen noem je de legitimaire massa. Je telt bij de omvang van de erfenis op: alle giften die zijn gedaan in de afgelopen vijf jaar. Dat zijn niet alleen giften aan de andere erfgenamen. Ook giften aan anderen, zoals goede doelen moet je meenemen.

Daarbij tellen dan niet mee de gebruikelijke giften. Denk bijvoorbeeld aan verjaardagscadeaus of studiegeld. Die mag iedereen altijd doen en hebben dus geen effect op de erfenis. Het idee is dat een ouder niet via grote schenkingen het minimale erfdeel nog kan verlagen.

Er vanaf halen

Van de omvang van de erfenis haal je de kosten af die te maken hebben met de erfenis. Dat is natuurlijk om te beginnen de uitvaart. Maar je kan ook de kosten van een executeur en vereffenaar aftrekken.

Eraf wat je al kreeg

Natuurlijk moet van jouw concrete vordering ook af wat jij kreeg via giften in de afgelopen vijf jaar. Soms heeft de erflater een bepaling opgenomen waarmee je bent onterfd, maar ook dat je nog wel een legaat kreeg. Dan moet de waarde van dat legaat ook van jouw vordering af.

Voorbeeld

Vader heeft een testament gemaakt waarin jij, zijn kind, bent onterfd. Je zuster krijgt wel een erfenis. Waar heb je nu recht op?

Stel de erfenis is € 500.000. Je had normaal recht op € 250.000 (ieder de helft). Zonder correctie heb je nu recht op € 125.000.

Maar wat als vader nu € 50.000 aan een goed doel heeft gegeven vorig jaar? Dan tel je die dus op bij de erfenis van € 500.000. Dat wordt dan € 550.00, de helft is € 275.00, daarvan de helft is € 137.500.

Mogen de erfgenamen de erfenis afhandelen, als er een executeur is opgenomen in het testament?

Nee. De executeur staat in het testament, dat is de laatste wil van de overledene. Die moet uitgevoerd, dus de executeur moet benoemd. Er is dan geen ruimte voor de erfgenamen om de erfenis af te handelen. De executeur is bevoegd.

Beheer en beschikking door erfgenamen en executeur

De erflater heeft in zijn of haar testament een executeur aangewezen om de nalatenschap af te wikkelen. Eén van de taken van de executeur is het beheren van de nalatenschap. Mogen de erfgenamen nog naast de executeur ook over de goederen van de nalatenschap beschikken?

bevoegd

Beheer door executeur

Nee, de executeur is exclusief bevoegd om over de nalatenschap te beschikken. Dat betekent dat de executeur zelfstandig en dus zonder medewerking van de erfgenamen de goederen van de erflater mag overdragen of verkopen. De executeur betaalt met die opbrengst de schuldeisers van de nalatenschap. Hierdoor kan de executeur slagvaardig de nalatenschap afwikkelen, omdat hij of zij daarbij geen medewerking of toestemming nodig heeft van de erfgenamen.

Erfgenamen niet bevoegd

Zolang de executeur het beheer heeft, kunnen de erfgenamen niet over de goederen of hun eigen aandeel (erfdeel) van de nalatenschap beschikken. Het is geen verbod dat kan worden overtreden. Zij kunnen simpelweg juridisch niet over de nalatenschap beschikken.

De erfgenamen kunnen dus niet zelf de goederen van de nalatenschap verdelen of overdragen aan een ander. Dat geldt ook zolang de aangewezen persoon nog niet de executeurstaak heeft aanvaard, dus het geldt vanaf het moment dat de nalatenschap openvalt.

Toestemming of machtiging voor erfgenamen

Uiteraard kan de executeur toestemming geven aan de erfgenamen om over de goederen of hun eigen erfdeel te beschikken. Daarnaast kunnen de erfgenamen een machtiging vragen aan de kantonrechter om over de goederen of hun erfdeel te beschikken voordat het beheer van de executeur is geëindigd. Dat biedt uitkomst in gevallen waarin de executeur nog niet is gestart of weigert om mee te werken aan dringende noodzakelijke handelingen. Erfgenamen kunnen daarnaast een verzoek tot ontslag van de executeur indienen bij de kantonrechter. Vanzelfsprekend moet er wel voldoende reden zijn voor de machtiging of ontslag. De erflater heeft nu eenmaal de executeur aangewezen om de nalatenschap zelfstandig af te wikkelen.

Executeur niet altijd bevoegd

Let wel op: niet ieder type executeur heeft dezelfde bevoegdheden. Zo heeft de begrafenisexecuteur in principe niet de bevoegdheid om de nalatenschap te beheren. Een beheersexecuteur heeft die bevoegdheid wel. Het is daarom goed om na te gaan wat het testament precies zegt over executeur en zijn of haar bevoegdheden. Zie ook afwikkelingsbewind.

Als er geen executeur (meer) is, moeten de erfgenamen er zelf voor zorgen dat de nalatenschap wordt afgewikkeld. Met een boedelvolmacht kunnen zij een boedelgevolmachtigde aanwijzen die de erfenis gaat afhandelen. Zie ook volmacht.

Binnen welke termijn legitieme portie opeisen?

Je hebt vijf jaar de tijd om je legitieme portie op te eisen. Die termijn gaat lopen op de datum van overlijden. Je kan de termijn verlengen door binnen de termijn je legitieme portie op te eisen.

Wettelijke termijn en uitzonderingen

termijn opeisen legitieme

De termijn om je legitieme portie op te eisen is vijf jaar. De termijn gaat in op het moment van overlijden. Het is een absolute termijn. Dus ook al hoor je pas later van het overlijden van je vader of moeder, dit blijft een absolute termijn.

Er is een uitzondering. De erfgenamen, of personen die de erfenis afhandelen, kunnen een redelijke termijn stellen. Zij stellen jou op de hoogte van het overlijden. Daarbij geven ze aan dat jij onterfd bent. Dan kunnen ze een redelijke termijn stellen waarbinnen je moet aangeven of een beroep wil doen op je legitieme portie.

Testament en legitieme opeisen

De erflater kan in het testament andere regels opnemen voor de opeisbaarheid van de legitieme portie. Je moet dan nog steeds binnen vijf jaar aangeven dat je er een beroep op doet. Uitbetaling kan in het testament gekoppeld zijn aan het overlijden van de langstlevende. Die heeft dan het beheer over de erfenis.

Opeisen en uitbetalen

Er is een verschil tussen opeisen en uitbetalen. Een legitieme is pas opeisbaar zes maanden na het overlijden. Dat wil niet zeggen dat je niet eerder een beroep hierop kan doen. Je kan pas de legitieme uitbetaling opeisen na zes maanden.

Stuiten van de termijn

Je kan de termijn stoppen, in juridisch jargon stuiten. Je moet dan een beroep doen op je legitieme portie. Ook al komen jullie er niet binnen die vijf jaar uit, de termijn is niet meer bepalend.

Oude testamenten

Voor 2003 golden er andere regels voor de legitieme portie. Testamenten die voor die tijd zijn opgesteld hebben vaak andere regels voor de opeisbaarheid.

Wat gebeurt er met het erfdeel van een vermiste erfgenaam?

De erfgenaam is niet terug te vinden, mogelijk is deze erfgenaam wel overleden. Je kan aan de rechtbank vragen om de erfenis af te mogen handelen. Je kan dan namens de vermiste erfgenaam optreden.

Verdeling van erfdeel van vermiste erfgenaam

vermiste erfgenaam

De erfgenaam heeft recht op zijn of haar erfdeel. Ook als hij of zij vermist is. De mede-erfgenamen kunnen met een machtiging van de rechtbank wel het erfdeel van de vermiste erfgenaam ontvangen.

Machtiging tot uitoefening recht van erfgenaam

Soms is het onzeker of een vermiste erfgenaam nog in leven is. In dat geval kan de rechtbank de mede-erfgenamen machtigen om het recht van de vermiste erfgenaam uit te oefenen. Met de machtiging treden de andere erfgenamen eigenlijk in de plaats van de vermiste erfgenaam. De mede-erfgenamen moeten voor die machtiging een verzoek aan de rechtbank doen. Voor dat verzoek heb je een advocaat nodig.

Vermiste erfgenaam

Voor het afgeven van de machtiging moet de rechtbank wel kunnen vaststellen dat de erfgenaam ook daadwerkelijk vermist is. Dat kan bijvoorbeeld bij (vermoedelijke) betrokkenheid bij een oorlog, natuurramp of een vliegtuigongeluk. De rechtbank zal een openbare oproeping van de (vermiste) erfgenaam bevelen, tenzij het waarschijnlijk is dat de vermiste is overleden. De rechtbank moet de machtiging afgeven als vaststaat dat het bestaan van de vermiste erfgenaam onzeker is.

Verhouding tot rechtsvermoeden van overlijden

Er geldt geen wachttermijn voor het verzoeken van een machtiging. Voor een verzoek tot het uitspreken van het rechtsvermoeden van overlijden geldt dat wel. Een machtiging is dus van belang voor de tijd dat de rechter nog geen verklaring van vermoedelijk overlijden kan geven.

Terugkeer van erfgenaam

De rechtbank kan bij het afgeven van de machtiging zekerheid vragen voor de teruggave van de goederen als later blijkt dat de vermiste erfgenaam toch nog in leven is. Bij terugkeer van de erfgenaam gelden aparte regels voor de goederen die zijn verkregen of verkocht aan anderen, maar dus eigenlijk voor de erfgenaam bestemd waren.

Omdat hier sprake is van een bijzondere situatie, is het aan te raden om advies in te winnen bij een notaris of advocaat.

Hoe kan je de erfenis regelen van iemand die vermoedelijk is overleden?

Dat kan door de rechtbank te verzoeken om een rechtsvermoeden van overlijden uit te spreken. Als de rechter dat verzoek toewijst, zal de gemeente een akte van overlijden moeten maken. Daarmee kan je de afwikkeling van de nalatenschap in gang zetten. Het gaat hier om een vermoedelijk overlijden.

Rechtsvermoeden van overlijden

Als iemand is overleden, moet zijn of haar nalatenschap worden afgewikkeld. Voor de vaststelling van overlijden is er een overlijdensakte nodig. Maar soms kan die niet worden afgegeven. Bijvoorbeeld als er alleen een vermoeden van overlijden is en de persoon onvindbaar is. Een vermist persoon, is emotioneel al zwaar, maar kan praktisch heel vervelend zijn. Contracten lopen door, zaken kunnen niet verkocht, dagelijks is hierdoor een confrontatie met het verlies.

In dat geval kan je de rechtbank verzoeken om het rechtsvermoeden van overlijden uit te spreken. Alleen belanghebbenden mogen het verzoek doen aan de rechter. Dat zijn bijvoorbeeld achtergebleven partner en andere gezins- of familieleden, schuldeisers en vermoedelijke erfgenamen. Voor het verzoek heb je een advocaat nodig.

vermoedelijk

Na het verzoek zal de rechtbank de vermiste persoon eenmalig oproepen om te verschijnen. Als de vermiste persoon zich niet meldt, dan zal de rechtbank het verzoek toewijzen. Daarbij bepaalt de rechtbank de dag waarop de vermiste vermoedelijk is overleden. De gemeente moet daarmee een akte van overlijden maken.

Wachttijd voor verzoek

Als de dood onzeker is, mag je pas 5 jaar na het vertrek of het laatste teken van leven van de vermiste persoon een verklaring van vermoedelijk overlijden verzoeken. Maar als de dood waarschijnlijk is, dan geldt een wachttijd van 1 jaar. Bijvoorbeeld als de persoon mogelijk betrokken is geweest bij een bij oorlogsramp, natuurramp of ander ongeval.

Er moet dus in ieder geval sprake zijn van een vermissing van minstens 1 jaar. Wat kan een laatste teken van leven zijn? Dat kan bijvoorbeeld de verzenddatum van de laatste bekende brief of e-mail van de vermiste persoon zijn.

Overlijdensakte en afwikkeling nalatenschap bij vermoedelijk overlijden

Pas nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden (dus als er tegen de uitspraak niet binnen 3 maanden beroep wordt ingesteld), moet de gemeente (van de verlaten woonplaats) een overlijdensakte maken. Daarmee valt de nalatenschap open en moet de nalatenschap via de gewone regels worden afgewikkeld. Als de vermoedelijk overledene een testament heeft, moet je dat testament volgen.

Let op: Het gaat hier om een vermoeden van overlijden. Als de vermiste persoon uiteindelijk toch in leven blijkt te zijn, zal er een aparte procedure moeten worden gevolgd.

Omdat het hier gaat om een bijzondere situatie met aparte regels, is het verstandig om advies in te winnen van bijvoorbeeld een notaris of een advocaat.

Kan een stichting erfgenaam zijn?

Ja, dat kan. Je kunt in jouw testament een rechtspersoon als erfgenaam benoemen. Je neemt bijvoorbeeld een goed doel als erfgenaam op zoals een stichting of vereniging. Die rechtspersoon heeft dan recht op een erfdeel van jouw nalatenschap.

Rechtspersoon kan erven

De wet stelt een rechtspersoon (vaak) gelijk met een natuurlijk persoon, dus een mens van vlees en bloed. Dat betekent dat rechtspersonen ook mogen erven. Soms wordt hiervoor een zogenaamde testamentaire stichting opgericht op basis van een testament.

Goed doel (ANBI) als erfgenaam

als erfgenaam

Het komt vaak voor dat stichtingen of verenigingen met een goed doel (ANBI) in een testament worden opgenomen. Rechtspersonen met een ANBI-status zijn namelijk vrijgesteld van het betalen van erfbelasting. Zij kunnen dus iedere euro uit jouw nalatenschap besteden aan het goede doel. Lees verder: Nalaten aan een goed doel, hoe doe je dat?

Informele vereniging als erfgenaam

Let wel op: verenigingen met beperkte rechtsbevoegdheid ofwel informele verenigingen kunnen geen erfgenaam zijn. Dat zijn vereniging waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte.

Maar het is wel mogelijk om in jouw testament een informele vereniging als erfgenaam te benoemen. Als jij wilt dat die vereniging op het moment van jouw overlijden erfgenaam wordt, dan is wel vereist dat de statuten van de vereniging op dat moment notarieel zijn vastgelegd. Anders heeft de erfstelling geen rechtsgevolg. Dat betekent dat de informele vereniging dan alsnog geen erfgenaam is, dus ondanks de benoeming in het testament.

Complicatie

Een probleem is dat de rechtspersoon zelf niks kan doen. Mensen (natuurlijke personen) moeten daarom voor de rechtspersoon handelen. Dat wil zeggen dat natuurlijke personen hem moeten vertegenwoordigen en namens de rechtspersoon moeten handelen, ook bij een erfenis. De rechtspersoon als erfgenaam is daarom afhankelijk van andere personen.

Hoe kan ik het adres van een rechtspersoon wijzigen?

Je kan het adres wijzigen via een gewone adreswijziging bij de Kamer van Koophandel. Dit kan kosteloos. Je hebt daarvoor dus geen statutenwijziging bij de notaris nodig.

Adreswijziging bij de Kamer van Koophandel

Logo Kamer van Koophandel handelsregister

In het handelsregister van de Kamer van Koophandel staat onder andere het bezoekadres (of kantooradres) van een rechtspersoon vermeld. Bij een wijziging van het kantoorlocatie of de bedrijfslocatie vanwege een verhuizing is het nodig om het ingeschreven bezoekadres daarop aan te laten passen.

Geen notaris nodig

Die adreswijziging hoef je echter niet via een statutenwijziging bij de notaris door te voeren. Je kunt het bezoekadres namelijk rechtstreeks via de Kamer van Koophandel gratis wijzigen. Op de website van de Kamer van Koophandel lees je hoe dat je dat moet doen.

Je moet de adreswijziging binnen 1 week doorgeven. Als je dat niet of niet op tijd doet, dan kan dat namelijk gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de aansprakelijkheid van jouw bedrijf. De formele adreswijziging geldt pas als deze is doorgevoerd in het handelsregister.

Statutenwijziging

Let op: voor het wijzigen van de statutaire zetel heb je wel een statutenwijziging nodig. Dat geldt ook voor het wijzigen van andere zaken die in de statuten van de rechtspersoon staan. Dus bijvoorbeeld ook voor een naamswijziging.

Lees ook: Statutaire zetel wijzigen

Moet een vereniging een voorzitter, secretaris en penningmeester hebben?

Ja, verenigingen moeten volgens de wet een voorzitter, secretaris en penningmeester hebben. Maar je kunt in de statuten wel anders bepalen. Bijvoorbeeld een andere of juist geen functieverdeling. Ook kan je de functies combineren. Overigens is voor de ANBI-status deze functieverdeling niet verplicht.

Hoofdregel: functieverdeling is verplicht

Handen schudden

De hoofdregel is dat de voorzitter, secretaris en penningmeester door het verenigingsbestuur zelf, uit hun midden, worden benoemd. De personen voor die functies moeten dus ook al bestuurders zijn.

Statutenwijziging

Je kunt hiervan afwijken door de statuten te wijzigen. Voor een statutenwijziging heb je een besluit van de Algemene Vergadering nodig. Je mag niet afwijken van de hoofdregel door middel van enkel een besluit van het bestuur of algemene vergadering of via een bestuursreglement of ander document. De meest voorkomende afwijking is de combinatie van secretaris en penningmeester in één persoon.

Wat mag je dan allemaal in de statuten bepalen? Bijvoorbeeld dat het verenigingsbestuur alleen een voorzitter heeft. Of dat de algemene vergadering, in plaats van het bestuur zelf, de personen voor de verschillende bestuursfuncties benoemt. Daarnaast kan je andere bestuursfuncties of taakverdelingen opnemen in de statuten. Bijvoorbeeld een bestuurder voor financiële zaken of een bestuurder voor personeelszaken. Vanzelfsprekend blijft het bestuur wel gezamenlijk verantwoordelijk voor het besturen van de vereniging, dus ondanks een functieverdeling.

Afwijken zonder statutenwijziging

Stel dat de statuten niet anders bepalen. Dan moet het verenigingsbestuur dus bestaan uit in ieder geval een voorzitter, secretaris en penningmeester. En het bestuur moet die personen uit zijn midden aanwijzen. Als dat niet het geval is, dan is dat dus in strijd met de wet. Dat kan worden aangevochten door iedereen die daar voldoende belang bij heeft. Die kan het verenigingsbestuur (via de rechter) mogelijk met succes verplichten om een voorzitter, secretaris en penningmeester uit zijn midden aan te wijzen.

Titel en praktijk

Het is niet zo dat iemand die in de statuten genoemd wordt als secretaris ook direct verplicht is bepaalde taken uit te voeren. Voor zover er al verplichte taken zijn, liggen die bij het bestuur als geheel. De secretaris hoeft dus niet wettelijk verplicht te notuleren en de penningmeester niet de financiën te beheren.

Hoe kan ik mijn lichaam nalaten of schenken aan de wetenschap?

Je kunt jouw eigen lichaam schenken aan de wetenschap, dus aan een universiteit. Dat moet met een codicil, dus door middel van een handgeschreven verklaring. Dat hoeft niet in een testament.

Codicil

In een codicil leg je duidelijk vast dat je jouw lichaam na jouw overlijden ter beschikking stelt aan een universiteit ten behoeve van wetenschappelijk onderwijs of onderzoek. Dat codicil moet handgeschreven en ondertekend zijn en van een datum zijn voorzien.

Universiteit aanwijzen

Je wijst in dat codicil dan ook specifiek de universiteit en vervolgens de afdeling van die universiteit aan. Hiervoor kan je (via jouw huisarts) contact opnemen met het anatomisch instituut van de gewenste universiteit. De universiteit zal namelijk om een codicil vragen. Overleg met de universiteit voor de zekerheid dus wat er precies in het codicil moet komen te staan. De voorwaarden kunnen namelijk per universiteit verschillen.

Lichaamsdonatie website

Op de website van lichaamsdonatie.info kan je een actueel overzicht van anatomische instituten vinden. Op die website en op de website van de overheid kan je meer informatie vinden over het beschikbaar stellen van jouw lichaam aan de medische wetenschap.

Donorregistratie

Let wel op: als je ook als donor staat geregistreerd, dan krijgt de orgaandonatie altijd voorrang. Donorregistratie is iets anders dan je lichaam ter beschikking stellen aan de wetenschap.

Moet het bestuur van een rechtspersoon een voorzitter, secretaris en penningmeester hebben?

Nee, de wet schrijft niet voor dat het bestuur van iedere soort rechtspersoon een voorzitter, secretaris en/of penningmeester moet hebben. Maar je kunt in de statuten wel anders bepalen. Voor het bestuur van een vereniging is deze functieverdeling wel verplicht, tenzij de statuten anders bepalen.

Functieverdeling in statuten

Brief

Je mag bij de oprichting van een rechtspersoon of daarna met een statutenwijziging een functieverdeling of taakverdeling voor het bestuur opnemen in de statuten. Maar dat mag ook in een bestuursreglement of ander document als de statuten dat zo bepalen. Voor verenigingsbesturen moet een afwijkende taakverdeling (voorzitter, secretaris en penningmeester) wel altijd in de statuten zijn opgenomen. Je hebt namelijk altijd een statutaire grondslag nodig voor een functieverdeling.        

Meerdere mogelijkheden

Bij een functieverdeling of taakverdeling zijn allerlei varianten denkbaar. Bijvoorbeeld een bestuurder voor financiële zaken of een bestuurder voor personeelszaken. Je mag ook bepalen hoe en door wie de verschillende bestuursfuncties worden verdeeld. Dat geldt ook voor verenigingen. Overigens is voor de ANBI-status een functieverdeling niet verplicht.

Collectief bestuur

Vanzelfsprekend blijft het bestuur wel gezamenlijk verantwoordelijk voor het besturen van de rechtspersoon. Ondanks een functieverdeling.

  • Veilige gegevensoverdracht
  • SSL certificaat