Dividenduitkering in strijd met uitkeringstoets?

8.4
Wat als een dividenduitkering in strijd is met de uitkeringstoets?

Zonder goedkeuring van het bestuur mag de BV geen dividend of winst uitkeren. Doet het bestuur ten onrechte het uitkeringsbesluit goedkeuren, dan kan dat bestuurdersaansprakelijkheid opleveren. Deze aansprakelijkheid is voor het tekort dat door de dividenduitkering is ontstaan. De aandeelhouder die het dividend ontving, moet dat terugbetalen.

Uitkeringstoets

Een aandeelhoudersbesluit tot dividenduitkering heeft geen gevolgen zolang het bestuur geen goedkeuring heeft verleend. Het bestuur moet de goedkeuring weigeren als het weet of moet voorzien dat de vennootschap na de dividenduitkering niet de opeisbare schulden kan blijven betalen. Dat heet de uitkeringstoets. Bij de NV geldt een andere regeling, die we hier niet bespreken.

Dividend uitkeren in strijd met uitkeringstoets

geld

Als de vennootschap na de dividenduitkering de opeisbare schulden niet kan betalen, dan is dat in strijd met de uitkeringstoets. Dan geldt een ingewikkelde aansprakelijkheidsregeling. Je bent als bestuurder dan alleen aansprakelijk als je dat ten tijde van de dividenduitkering wist of behoorde te voorzien. Dan ben je hoofdelijk en privé aansprakelijk tegenover de vennootschap voor het tekort dat door de dividenduitkering is ontstaan. Hoofdelijke aansprakelijkheid betekent dat de vennootschap iedere bestuurder afzonderlijk voor het gehele tekort aansprakelijk kan stellen en betaling kan eisen.

Uitzondering op aansprakelijkheid

Maar een bestuurder is niet altijd aansprakelijk. De bestuurder is namelijk niet aansprakelijk als hij of zij kan aantonen dat:

1. het niet aan hem of haar te wijten is dat de vennootschap de uitkering heeft gedaan; en

2. hij of zij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen (betalingsonmacht) van de dividenduitkering te voorkomen.

Bij geval 1 kan je denken aan een bestuurder die tijdens de bestuursvergadering toelicht waarom hij of zij de dividenduitkering onverantwoord vindt en tegenstemt. Bij geval 2 kan je denken aan een bestuurder die nieuw krediet voor de vennootschap aantrekt om betalingsonmacht te voorkomen.

Zie ook decharge.

Aandeelhouders moeten dividend terugbetalen

Niet alleen het bestuur kan worden aangesproken, maar ook de aandeelhouders. Dat kan als de aandeelhouder die de dividenduitkering ontving wist of behoorde te voorzien dat de vennootschap na de dividenduitkering de opeisbare schulden niet meer kan betalen. Dan is de aandeelhouder verplicht tot betaling van het tekort dat door de uitkering is ontstaan. Maar alleen tot het bedrag of de waarde van de ontvangen dividenduitkering. Als het aansprakelijke bestuur zijn schuld aan de vennootschap heeft betaald, dan moet de aandeelhouder de vergoeding betalen aan de bestuurders. Dat moet dan naar evenredigheid van het deel dat iedere bestuurder heeft betaald aan de vennootschap.

Een bestuurder of aandeelhouder mag zijn schuld (aansprakelijkheid) niet verrekenen met eventuele vorderingen op de vennootschap (bijvoorbeeld een loonvordering van een bestuurder).

Aansprakelijkheid tegenover vennootschap

De bestuurdersaansprakelijkheid is in dit geval een zogenaamde interne aansprakelijkheid. Dat houdt in dat de bestuurder alleen kan worden aangesproken door een andere (nieuwe) bestuurder of de curator als de vennootschap failliet is gegaan. Een schuldeiser of crediteur kan een bestuurder dus niet via deze regeling aansprakelijk stellen als die schuldeiser door een ongeoorloofde dividenduitkering niet meer wordt of kan worden betaald.

Deze regeling van bestuurdersaansprakelijkheid staat in artikel 2:216 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek.

Wat is het verschil tussen een VOF en een BV?

Beide zijn gericht op het uitoefenen van een bedrijf. Een VOF is in eerste instantie gericht op het samen met vennoten in persoon ondernemen in een bedrijf. Bij de BV hoeft dat niet per se. Voor beide gelden verschillende formaliteiten en aansprakelijkheidsregels. Als het samen met anderen op gelijke voet samenwerken voor jou centraal staat, dan is een VOF wellicht beter. Maar als het bedrijf de verantwoordelijkheden en risico’s groter worden, dan is het wellicht beter om voor een BV te kiezen.

Verschil tussen een VOF en een BV

Als je een onderneming wilt beginnen, dan heb je de keuze uit verschillende rechtsvormen. De Vennootschap Onder Firma (VOF) en de Besloten Vennootschap (BV) zijn twee rechtsvormen waarmee je een bedrijf kan uitoefenen en dus winst kan maken. Wat is het verschil tussen een VOF en een BV? Moet ik een VOF of een BV oprichten? We zetten graag een aantal belangrijke verschillen op een rij.

In het algemeen, een VOF is een eenvoudiger, goedkoper en flexibeler vorm om samen te ondernemen. De BV is formeler en duurder. Maar bij een BV is jouw persoonlijke aansprakelijkheid een stuk minder.

Oprichting

Ten eerste de oprichting. Een BV moet je via de notaris oprichten met een oprichtingsakte. Je moet dan ook meteen de aandelen en het bestuur regelen. Dat kan je overigens wel alleen doen, dan ben je een Directeur Grootaandeelhouder. Er geldt geen minimum kapitaaleis voor het oprichten van een BV.

Een VOF kan je zonder tussenkomst van een notaris oprichten. Voor een VOF zijn minstens 2 vennoten nodig. Je kunt een VOF gewoon met een overeenkomst oprichten of zelfs mondeling. Over het algemeen is verstandig om met jouw vennoten een schriftelijke overeenkomst aan te gaan. Je hoeft voor een VOF geen startkapitaal te hebben.

Daar zit ook een bijzonderheid van de VOF. De VOF is geen rechtspersoon, maar een overeenkomst. Een VOF kan dus niet zelfstandig rechtshandelingen verrichten, zoals het sluiten van overeenkomsten. Dat doen de vennoten.

Juridische structuur en organisatie

De juridische structuur van een BV is formeler en dus aan meer regels gebonden dan van een VOF. Bij een BV heb je verplicht een bestuur. Normaal gesproken sluit de BV met bestuurders ook arbeidsovereenkomsten of managementovereenkomsten.

Naast het bestuur moet je verplicht een algemene vergadering van aandeelhouders of AvA hebben. Die moet minimaal 1 keer per jaar vergaderen. De aandeelhouders hebben aandelen, waarop je bijzondere rechten of beperkingen kunt leggen. Je kunt niet zomaar als aandeelhouder in- en uittreden. Aandelen moet je namelijk altijd via de notaris overdragen.

Daarnaast moet de BV statuten hebben. Dat zijn de interne regels waaraan het bestuur en de aandeelhouders zich moeten houden. Voor een statutenwijziging of wijziging van de aandelenverhoudingen moet je steeds naar de notaris. Verder werk je in een BV met bestuursbesluiten en aandeelhoudersbesluiten, waarover formeel gestemd moet worden. Bestuurders worden benoemd en ontslagen door de AvA.

Bij een VOF heb je alleen de vennoten en de vennootschapsovereenkomst. In die overeenkomst leg je samen belangrijke zaken vast, bijvoorbeeld over het delen van de winst. De vennoten kun je zien als de bestuurders van de VOF. Dat zijn de personen die rechtshandelingen aangaan. Er wordt in een VOF niet gewerkt met aandelen. En er is ook geen verplicht vergaderorgaan. Voor een wijziging van de vennoten of de vennootschapsovereenkomst hoef je niet naar de notaris. Dat kan je zelf onderling regelen met jouw medevennoten.

Financiën en belastingen

Logo Belastingdienst

Daarnaast werkt de BV met aandelenkapitaal en een VOF met inbreng van de vennoten. De bestuurders van een BV moeten verplicht een jaarverslag en een jaarrekening maken en deponeren bij de Kamer van Koophandel. Een VOF hoeft dat niet en hoeft dus ook minder financiële informatie openbaar te maken.

Ook zijn op de BV en VOF verschillende belastingregels van toepassing. Dat kan verschil maken bij de hoogte van de belasting die je over de winst (en het loon van het bestuur of de vennoten) moet betalen. Zo geldt bij de BV dividendbelasting en vennootschapsbelasting. Voor de VOF gelden weer andere fiscale regels. Bijvoorbeeld ook voor het inkomen van bestuurders en aandeelhouders en vennoten in een VOF.

Aansprakelijkheid

Dit is een erg belangrijk verschil tussen de VOF en een BV. Bestuurders van een BV zijn niet privé aansprakelijk, tenzij ze wanbestuur plegen of ernstig nalatig zijn. Een aandeelhouder is alleen aansprakelijk tot het bedrag van zijn of haar inleg.

Bij de VOF is dat anders. Daar zijn alle vennoten 100% privé en hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de VOF. Ook als het komt door een fout van de andere vennoot. Hoofdelijk aansprakelijkheid betekent dat iedere vennoot voor de gehele schuld van de VOF aansprakelijk is. Die aansprakelijkheid kan je niet uitsluiten, maar uiteraard (net als bij een BV) wel laten verzekeren.

Als je in een risicovolle branche zit, is een BV wellicht verstandiger.

Meer flexibele regels

Voor de VOF gelden minder formaliteiten en dwingende regels dan voor de BV. De BV kent namelijk veel dwingendrechtelijke bepalingen waarvan je niet mag afwijken (in de statuten). Je kunt een VOF dus veel verder naar wens vormgeven dan bij een BV.

Keuze tussen VOF en een BV?

Jouw keuze voor de juiste rechtsvorm is belangrijk. Welke rechtsvorm het beste bij jouw voorkeuren en doelen past, is echter afhankelijk van de omstandigheden.

De VOF en een BV verschillen nogal van elkaar, zowel juridisch als fiscaal. Het kan achteraf blijken dat de gekozen rechtsvorm niet aansluit bij jouw wensen. Dan moet je gaan omzetten of een nieuwe rechtsvorm oprichten. Dat is vaak onhandig en kostbaar. En het is de vraag of de betrokkenen het eens zijn met de omzetting. Dus een VOF of een BV kan veel uitmaken. Als het bedrijf, de geldstromen en de verantwoordelijkheden (en financiële risico’s) groter worden, dan is het wellicht beter om voor een BV te kiezen.

Een ander, maar minder juridisch verschil is de associatie of het beeld dat mensen hebben van de VOF en de BV. Toch kan dat verschil van (commercieel) belang zijn bij de keuze tussen de twee rechtsvormen voor jouw onderneming.

Op de website ikgastarten kan je een schema bekijken.

Wat is het verschil tussen een BV en coöperatie?

Een BV leent zich meer voor een bedrijf waarin samenwerking met andere personen niet per se voorop staat. De coöperatie is in eerste instantie gericht op het samen ondernemen in economische zin. Het hangt af van de voorkeuren en ook fiscale motieven welke rechtsvorm het beste bij jouw wensen en onderneming past.

BV of coöperatie?

Als je een onderneming wilt beginnen en die ook juridisch wil vormgeven, dan heb je de keuze uit verschillende rechtsvormen. Bijvoorbeeld een besloten vennootschap of een coöperatie. De BV en coöperatie zijn twee verschillende rechtspersonen waarvoor andere regels gelden. Wat zijn de verschillen tussen deze twee rechtsvormen? Moet ik een BV of een coöperatie oprichten? Graag zetten wij een aantal belangrijke verschillen op een rij.

1. Oprichting en doel

Een coöperatie richt je met in minstens twee personen op. De coöperatie is namelijk gericht op samenwerking. Dus om samen met anderen een doel (statutaire doelstelling) te bereiken. En dat doel is het voordeel behalen voor de leden. Dat doe je door middel van het sluiten van overeenkomsten. De coöperatie moet altijd minstens twee leden hebben.

Bij de BV hoeft dat niet per se. Die kan je namelijk ook zelfstandig oprichten (zie ook Directeur Grootaandeelhouder). Start je een BV niet alleen? Dan kan de BV overigens nog steeds een goede optie zijn.

Overigens hoeft een coöperatie anders bij een BV niet altijd gericht te zijn op het maken van winst met een onderneming. Zo kan een coöperatie voor leden op andere manieren winst maken. Bijvoorbeeld als particulieren samen energie willen besparen en opwekken. Dat kan dan met een energiecoöperatie. 

2. Juridische structuur

Beide hebben verplicht een bestuur dat belast is met de dagelijkse leiding. De BV heeft echter een aandeelhoudersvergadering die bestaat uit aandeelhouders. In de aandeelhoudersvergadering hebben de aandeelhouders stemrecht naar rato van hun aandelen. Je kunt verschillende soorten aandelen maken, zoals prioriteitsaandelen en preferentsaandelen.

De coöperatie heeft een Algemene Vergadering die bestaat uit leden. Er wordt in een coöperatie niet gewerkt met aandelen. In de ledenvergadering van de coöperatie heeft ieder lid in principe 1 stem. Dat kan de stemverhoudingen een stuk duidelijker maken dan bij een BV. Bij grote coöperaties met veel leden zie je vaak dat gebruik wordt gemaakt van de optie om te werken met een ledenraad met afgevaardigden.

Belangrijke besluiten, zoals statutenwijziging en ontslag of benoeming van bestuurders, gaan via de AvA en de Algemene Vergadering.

3. Aandeelhouders of leden

Je kunt niet zomaar als aandeelhouder in- en uittreden. Aandelen moet je namelijk altijd via de notaris overdragen. Ook als je de aandelenverhoudingen wilt wijzigen, moet je daarvoor de notaris. De aandelen in een BV kunnen beperkt onoverdraagbaar zijn ten behoeve van bescherming van de andere aandeelhouders. Ook rechtspersonen kunnen aandeelhouders zijn.

Handen schudden

Coöperatieleden kunnen zonder tussenkomst van een notaris in- en uittreden. Eigenlijk voor de coöperatie dus één akte (de oprichtingsakte) voldoende. Lidmaatschap hoef je dus niet via de notaris te regelen. Het is wel belangrijk dat een lid zijn of haar lidmaatschap alleen kan overdragen als de statuten dat bepalen. In de statuten kan je eisen aan het uittreden stellen om leden meer te binden of de negatieve gevolgen van uittreden te beperken. Leden zijn niet wettelijk verplicht om kapitaal te storten, maar coöperaties werken vaak met contributies. Of een andere financiële bijdrage voor lidmaatschap. Ook rechtspersonen kunnen lid zijn.

Een ander verschil is dat de coöperatie met haar leden ledenovereenkomsten moet sluiten over het lidmaatschap. Hierin staan bijvoorbeeld afspraken over de samenwerking tussen de leden. Een BV hoeft dat niet te doen met haar aandeelhouders.

4. Winstuitkeringen en belastingen

geld

De BV kent een strenge uitkeringstoets voor het mogen doen van uitkeringen aan aandeelhouders. De coöperatie heeft die regels niet.

Op de BV en coöperatie zijn verschillende belastingregels van toepassing. Zo geldt er voor de coöperatie geen winstbelasting voor winstuitkering aan de leden. Bij de BV moet er wel dividendbelasting worden ingehouden voor dividenduitkeringen aan aandeelhouders. Bij de keuze tussen de twee zijn dus ook fiscale motieven belangrijk.

5. Aansprakelijkheid in BV en Coöperatie

Een aandeelhouder is alleen aansprakelijk tot het bedrag van zijn of haar inleg. Bij de coöperatie is dat anders. Daarbij heb je verschillende aansprakelijkheidsregelingen. Alleen als je een coöperatie U.A. opricht, kan je als lid niet persoonlijk worden aangesproken voor schulden en verplichtingen van de coöperatie. Via onze site richt je altijd een coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid op (U.A.) op. Verder kan je de mate of beperking van ledenaansprakelijkheid in de statuten van de coöperatie regelen.

Bestuurders van een BV en coöperatiebestuurders zijn niet privé aansprakelijk, tenzij ze wanbestuur plegen of ernstig nalatig zijn. 

6. Meer flexibele regels

Voor de coöperatie gelden minder dwingende regels dan de BV. De BV kent veel dwingendrechtelijke bepalingen waarvan je niet mag afwijken (in de statuten). De coöperatie heeft echter veel minder dwingendrechtelijke bepalingen. Je kunt een coöperatie dus veel verder naar wens vormgeven dan bij een BV.

Keuze tussen BV en coöperatie?

Het antwoord op de vraag voor welke vorm je het beste kunt kiezen, hangt uiteraard van de omstandigheden. Als je met meerdere personen een onderneming wilt beginnen, dan kun je wellicht beter kiezen voor een coöperatie in plaats van een BV. Een BV kun je daarentegen helemaal zelf beginnen. Bijvoorbeeld als Directeur Grootaandeelhouder (DGA). En voor een coöperatie heb je minstens twee oprichters en twee leden nodig.

Bij een BV hoeft samenwerking met andere personen in de onderneming dus niet voorop te staan. Bij een coöperatie met leden is dat juist wel het geval. Als je bijvoorbeeld samen met andere personen projecten uitvoert, dan ligt een coöperatie dus meer voor de hand. Daarnaast is het van belang om te kijken welke vorm fiscaal het meest gunstige is.

De keuze voor de juiste rechtsvorm is belangrijk. Handel je niet overeenstemming met de doelstellingen dan kan dat bestuurdersaansprakelijkheid opleveren. Ook kan het achteraf zijn dat de gekozen rechtsvorm niet aansluit bij jouw wensen. Dan moet je ofwel gaan omzetten of een nieuwe rechtspersoon oprichten. Dat is vaak onhandig en kostbaar. En het is de vraag of de betrokkenen het eens zijn met de omzetting. Dus de keuze tussen een BV en coöperatie kan veel uitmaken.

Een ander, maar minder juridisch verschil is de associatie of het beeld dat mensen hebben van de coöperatie en de BV. Toch kan dat verschil van (commercieel) belang zijn bij de keuze tussen de twee.

Wat moet ik in ieder geval weten als ik een BV opricht?

Je moet best veel informatie verwerken als je een BV wilt oprichten. In ieder geval zijn er drie zaken. Wat is dat gebruikelijk loon? Wat is het verschil tussen aandeelhouder, bestuurder en directeur? Wie kan er straks bij mijn gegevens?

Drie vragen als je een BV opricht

Je wilt een BV oprichten? Maar je hebt nog niet voldoende informatie. Daarom de belangrijkste drie vragen voor het oprichten van een BV op een rij.

Hoe zit dat nou met dat gebruikelijk loon?

Veel ondernemers in spé maken zich zorgen dat als ze een BV oprichten, ze direct het gebruikelijk loon moeten uitkeren. Het gebruikelijk loon is een begrip dat de Belastingdienst heeft ingevoerd. Doel is om ondernemers die winst maken te verplichten een minimale beloning uit het bedrijf te laten halen. Het bedrag, dat jaarlijks wijzigt, ligt boven de € 45.000.

Nou zijn er gelukkig verschillende manieren om niet dat gebruikelijk loon te hoeven betalen. Voor startende ondernemers is er een mogelijkheid om de eerste drie jaar geen gebruikelijk loon uit te keren. Dus als je een BV opricht hoef je niet direct een fors loon uit te keren. Let wel, begin je de BV vanuit een lopende eenmanszaak, dan moet je die periode van die drie jaar aftrekken.

Er is trouwens een aparte regeling voor innovatieve startups.

Wil je alles weten over hoe het werkt met het gebruikelijk loon, inclusief verwijzingen naar modelbrieven om ontheffing te vragen? We hebben er een uitgebreid artikel over geschreven.

Bestuurders, aandeelhouders, directeuren wat is het verschil?

In het vragenformulier moet je nogal wat verschillende functies invullen. Behalve als je de eenvoudige personal holding opricht. Dan vallen alle functies hieronder namelijk samen in één persoon.

Je moet bijna rechten hebben gestudeerd om het onderscheid van die functies goed helder te krijgen. We doen een poging:

– aandeelhouder: de eigenaren van een BV;

– bestuurder: de persoon die formeel is aangesteld in de statuten om de BV te besturen. Dat kan een mens zijn, maar ook een andere onderneming. Een bestuurder heeft bepaalde taken in de wet en in de statuten. Denk aan het opstellen van de jaarstukken.

– directeur: eigenlijk geen echt juridisch begrip. De directeur kan ook bestuurder zijn van de BV, maar dat hoeft niet perse. De directeur is degene die de dagelijkse leiding heeft in de BV. Bij sommige BV’s is geen directeur, omdat er ook geen activiteiten plaatsvinden. In een dergelijke BV is echter wel altijd een bestuurder.

Hoe zit het met de openbaarheid van mijn gegevens?

Als je een BV opricht treed je meer in de openbaarheid. Je bedrijf moet je inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Daar moet je ook de jaarcijfers deponeren, ieder jaar. Via het UBO-register kan de overheid en de opsporingsinstanties achterhalen wie de eigenaren van een BV zijn.

De andere kant van het verhaal. Die gedeponeerde jaarcijfers stellen niet veel voor. Ze geven geen zicht op de werkelijke omvang van de onderneming en zeker niet op de winst of omzet. Je kan een BV op ieder adres vestigen, zoals bedrijfsverzamelgebouwen of speciale dienstencentra zoals Regus. De transparantie van de BV is in de praktijk niet zo groot. Zo zijn statuten van een BV niet openbaar en kan niemand zien welke contracten er zijn opgesteld tussen aandeelhouders.

Het zal in de praktijk niet veel problemen geven. Bovendien, je moet de beperkte openbaarheid afwegen tegen de aansprakelijkheid. Heb je een BV dan ben je persoonlijk niet langer aansprakelijk voor zakelijke schulden.

Hoe groot is de kans dat beide ouders overlijden?

Die kans is extreem klein in Nederland. De kans dat het dan ook nog tegelijk gaat plaatsvinden is nog veel minder. De laatst gepubliceerde cijfers in 2011 telden 330 kinderen waarvan beide ouders waren overleden.

Echte weeskinderen

Veel ouders willen zaken regelen voor het geval dat zij beiden komen te overlijden. De angst dat dit gebeurt is een reële angst. Alleen die is niet gebaseerd op cijfers. De angst komt door de grote schok die het oplevert als we horen dat veel mensen tegelijk omkomen. De cijfers tonen aan dat het gelukkig in de praktijk bijna nooit voorkomt.

Het CBS publiceerde eind 2011 cijfers. In heel Nederland waren op dat moment 330 kinderen waarvan beide ouders waren overleden. Als we er voor ons beeld dan ook nog bij bedenken dat hier broertjes en zussen bijzitten, dan is duidelijk, een hele kleine kans.

Rampenclausule

Het opnemen in een testament van bepalingen die regelen wat er moet gebeuren als beide ouders overlijden noemen we een rampenclausule. Juristen vinden het heel interessant om dergelijke “als dan” zaken te gaan regelen. Ze zijn theoretisch heel leuk en je kan er fors uren op schrijven. Zoals uit de cijfers blijkt, je bent iets aan het regelen voor een situatie die zich zelden zal voordoen.

Voogdij regelen

Ondanks dat het niet vaak voorkomt is het regelen van de voogdij wel aan te bevelen. Je kunt dat eenvoudig opnemen in een testament. Zijn beide ouders overleden terwijl er nog minderjarige kinderen waren? Dan zal de voogd die kinderen verder opvoeden. Bij de notaris kun je ook direct het bewind over de erfenis van de kinderen regelen.

Half wezen

De kans dat kinderen één van beide ouders verliezen is ook niet enorm groot, maar natuurlijk wel groter. Statistisch gezien verliezen ze twee keer zo vaak hun vader dan hun moeder. Bij getrouwde stellen is de andere ouder dan per definitie de voogd.

Kan je doelstelling van een stichting wijzigen?

Ja, je kan de doelstelling van een stichting wijzigen. Gaat het om een forse wijziging dan zijn er wel wat haken en ogen. Hoe ga je om met donaties of subsidies die al zijn ontvangen op de oude doelstelling. Verlies je op deze manier niet de ANBI-status. Soms is het dus verstandiger een nieuwe stichting op te richten.

Doelstelling is de kern

Brief

De statutaire doelstelling van een stichting is de kern van de stichting. Het is de reden waarom de stichting bestaat. Hiervoor heb je geld ingezameld of subsidies ontvangen. Je kan die doelstelling formeel gezien altijd wijzigen. Hiervoor is een bestuursbesluit nodig en dat zal moeten voldoen aan de eisen die hieraan gesteld zijn in de statuten.

Gevolgen voor bestaande organisatie. Het is maar de vraag of je een dergelijke wijziging altijd kan doorvoeren. Als het een aanscherping van je doelstelling is, dan is er niet veel aan de hand. Je richtte je eerst op het redden van katachtigen. Dat scherp je aan naar tijgers. Het is eigenlijk niet eens noodzakelijk om dat te wijzigen in de statuten.

Anders is het als je een fundamentele wijziging doorvoert. In plaats van stimuleren van muziekonderwijs ga je nu sportvelden aanleggen. Dit zal vermoedelijk niet kunnen zonder wijziging van de statuten.

Gevolgen relatie met donateurs

De meeste stichtingen hebben hun inkomsten uit donaties. De donateurs, sponsors of andere geldverschaffers hebben dat geld verstrekt voor een bepaald doel. Het is op zijn minst niet netjes om de doelstelling dan te wijzigen. Onder omstandigheden kan het zelfs wanbestuur zijn. Zijn er geen financiële reserves? Dan speelt dit niet.

Gevolgen voor ANBI

Als de bestaande organisatie de ANBI status heeft, dan is het maar de vraag of de nieuwe doelstelling daar ook aan voldoet. Verliest de stichting de ANBI-status, dan heeft dat grote gevolgen. Mogelijke fiscale voordelen moeten soms terugbetaald worden. De wijze waarop de nieuwe doelstelling is verwoord is dus heel bepalend. Bovendien zijn de eisen voor ANBI-doelstellingen fors aangescherpt.

Doel niet meer te verwezenlijken

Een bijzonder situatie is het als de doelstelling van de stichting praktisch niet meer te verwezenlijken is. Dit komt voor bij stichtingen, vaak oude fondsen. De doelstelling is honderd jaar geleden door iemand beschreven. Die doelstelling is niet meer uit te voeren. Bijvoorbeeld stimuleren van meisjesonderwijs aan school X, terwijl die school niet meer bestaat. Als statuten het mogelijk maken kan het bestuur de doelstelling wijzigen. Soms is dat niet mogelijk en dan moet de rechter de doelstelling wijzigen. De rechter is zeer terughoudend bij deze bevoegdheid.

Beter nieuwe stichting

Het kan zoals je leest dus vaak eenvoudiger zijn om een nieuwe stichting te beginnen. De juridische kosten zijn zelfs iets lager. Nadeel is dat je misschien bestaande zaken niet kan overnemen, zoals de bankrekening. Heb je eenmaal twee stichtingen, dan kan de nieuwe stichting wel zaken overnemen van de oude stichting.

Waarom is er maar één naam nodig bij een hypotheekroyement?

De opdracht voor het doorhalen van de hypotheek komt formeel van de bank. Die is immers de hypotheekhouder. De bank doet dat op verzoek van een belanghebbende. Het is dus ook bij een hypotheek op twee namen, voldoende als één naam is opgegeven.

Niet samen tekenen

naam

Jullie hebben de hypotheek op twee namen staan. Toch hoef je niet samen te tekenen voor het royement van de hypotheek. De notaris heeft maar één naam nodig. Het is voldoende als één van jullie beiden tekent, als die maar belanghebbende is.

Hoe minder mensen er in de akte komen, hoe goedkoper. Van iedere persoon in de akte moet de notaris een bevestiging van de identiteit hebben en de gegevens controleren in (betaalde) registers. Het scheelt dus in de kosten als er maar één persoon de aanvraag indient. Bij ons doe je de legalisatie van de opdracht via itsme/iDIN en dat is 100% online en gratis.

Hoe minder mensen, hoe sneller. We hoeven dan in het proces niet te wachten op gegevens van twee mensen. Ook kunnen we alle correspondentie en dergelijke richten aan één persoon. Zo blijft het overzichtelijk en eenvoudig.

Wij kunnen voor jou eenvoudig, voordelig en snel een hypotheek doorhalen. Dat doen wij honderden keren per maand. Het gaat 100% online. Wacht niet langer en neem nu het besluit.

Sorry voor de uitzondering

Helaas is er een enkele hyptoheekbank die niet met deze werkwijze akkoord gaat. Nationale Nederlanden wil als enige in Nederland twee handtekeningen hebben. In hun ogen zou er een situatie kunnen zijn waar dat van belang is. Zij denken dan aan twee partners die de relatie al hebben beëindigd en waarbij één van beiden de oude hypotheek wil voortzetten. Dat is een ppr theoretische zaak, maar helaas komen wij dan voor een extra handtekening bij je terug.

Jij bent niet de opdrachtgever

Formeel gezien geeft de bank de opdracht om de hypotheek uit te schrijven. De bank is de hypotheekhouder. Jij bent de belanghebbende. Daarom betaal jij de factuur. Maar omdat je niet de opdrachtgever bent, maakt het ook niet uit hoeveel mensen er op de akte staan.

Het enige dat nodig is, dat is dat de bank die hypotheek kan terugvinden. Dat doen ze op het adres waar die op ingeschreven staat.

Wanneer kan iemand nog een akte opstellen bij de notaris?

Je moet in staat zijn om te overzien wat je regelt. Dat geldt met name voor een levenstestament en een testament. De notaris heeft een stappenplan om dit beoordelen. Wij nemen het stap voor stap door.

Bescherming ouderen

Alzheimer Nederland

De notaris moet beoordelen of de akte die je gaat maken nog door jou gemaakt kan worden. Dat is een belangrijke taak van de notaris. Notarissen hebben afspraken gemaakt met ouderenbonden, meldpunten en andere partijen zoals de Alzheimer Nederland. Die afspraken zijn vastgelegd in een protocol, het stappenplan wilsbekwaamheid. Doel is om misbruik van kwetsbare ouderen te voorkomen. Bijvoorbeeld door te controleren of er geen sprake is van dementie. Zeker als je gebruik maakt van een online dienst kan de notaris extra controlevragen stellen. De lage tarieven online gaan ervan uit dat je zelf de akte kan opstellen. Als er extra werk nodig is, dan volgen er ook andere tarieven (meerwerk).

Regels hebben nut

De praktijk leert dat mensen dit protocol soms als beledigend ervaren. Het zijn geen harde criteria. Een hoge leeftijd bijvoorbeeld zegt nog niets over of je de zaken nog kan overzien. Met een gebroken heup kan je niet zelfstandig wonen, maar wel een testament opstellen. Bedenk dus dat het protocol er is om misbruik tegen te gaan.

Zowel het testament als het levenstestament zijn strikt persoonlijke aktes. Het testament is immers jouw persoonlijke laatste wil. Het is niet mogelijk om namens de erflater een (levens)testament te maken of te passeren. De erflater moet dat persoonlijk doen. Een volmacht is dus niet mogelijk.

Zelf regelen

Een belangrijk criterium is of je zelf de aanvraag regelt voor het (levens)testament of dat iemand anders dat doet. Heb je zelf de vragen beantwoord? Ben jij zelf de contactpersoon? Is dat niet zo, dan is dat een mogelijke aanwijzing dat de zaak niet pluis is. Als de contactpersoon dan ook nog iemand is die in de akte terugkomt, dan zal de notaris niet zomaar passeren. Dus wijs je iemand aan als gevolmachtigde in je (levens)testament en is dat ook de contactpersoon, dan volgt zeker een extra gesprek.

Een voorbeeld uit de praktijk. Een behulpzame zoon wil zijn moeder helpen met het opstellen van een levenstestament. Moeder is niet heel handig met de computer. De zoon vult de gegevens in en geeft zijn eigen mailadres op. De zoon is ook de gevolmachtigde die straks over de bankrekening kan beschikken. De notaris moet dan extra onderzoek doen.

Vergeetachtig of beginnende dementie

Als je dement bent, overzie je niet meer wat je beslist. Je kan geen testament opstellen als je dement bent. Om een testament of levenstestament te maken, moet je wilsbekwaam zijn. Dat betekent dat je moet begrijpen wat het document inhoudt en wat de gevolgen daarvan zijn. De notaris controleert eerst of het voor de maker van de akte duidelijk is wat en waarom hij of zij tekent.

Beginnende dementie is een grijs gebied. Je bent wel vergeetachtig, maar zeker nog niet dement. Er is in ieder geval niet door een onafhankelijke dokter vastgesteld dat je dement bent. Kan je dan toch een testament opstellen? Dat is aan de notaris om te beoordelen. Die zal onder andere kijken of het testament complex is. Ook mensen die bijzonder bepalingen opnemen of vaak hun testament wijzigen, zijn een aanwijzing dat er extra onderzoek nodig is.

Niet iedere notaris gaat hier hetzelfde mee om. Notarissen krijgen het advies om bij twijfel een kantoorgenoot in te schakelen. Zeker mensen die nog in het beginstadium van dementie zitten, kunnen heldere periodes hebben. Die zijn dan nog in staat om een akte op te stellen.

Als de notaris na een gesprek met de comparant (erflater) twijfelt aan de wilsbekwaamheid, dan is een aanvullend onderzoek nodig. De notaris kan dan een arts inschakelen. De kosten van dat medische onderzoek komen voor rekening van de klant.

Je eigen administratie

Doe je jouw eigen administratie niet meer? Dan is dat een aanwijzing dat je ook niet meer zelf een zo vergaand document als een levenstestament of testament kan opstellen. Dat is natuurlijk zeker het geval als jouw vermogen onder bewind is gesteld. Je moet vrij kunnen beschikken over jouw vermogen om eventueel een volmacht af te kunnen geven.

Woon je niet meer zelfstandig

Woon je in een zorginstelling of op een andere manier niet zelfstandig? Dan is dat een aanwijzing dat je het niet meer helemaal zelf kan regelen. Er kunnen natuurlijk goede redenen zijn waarom je niet zelfstandig woont. Ook in dit geval stelt de notaris aanvullende vragen.

Altijd alleen naar binnen

Bij een testament of levenstestament ga je alleen naar binnen bij de notaris. Formeel gaan zelfs getrouwden apart, maar dat is in de praktijk meestal niet zo. Je mag dus niet met bijvoorbeeld je zoon of dochter de bespreking ingaan. De notaris wil zeker weten dat je niet onder druk staat. Eventuele begeleiders moeten dus in de wachtkamer plaatsnemen.

Achteraf aantasten

De notaris zal alle stappen die hier genoemd zijn documenteren in het dossier. Zo legt de notaris de wilsbekwaamheid vast. Is er dan uiteindelijk een testament of levenstestament opgesteld, dan is dat niet meer aan te tasten. Natuurlijk zijn er vaak ontevreden mensen. Achteraf zeggen die dat de notaris het testament niet had mogen passeren. In hun ogen was duidelijk dat de betrokken persoon dat niet meer kon. Bijvoorbeeld dat er al sprake was van dementie. Als de notaris het dossier goed op orde heeft, moet die persoon achteraf zijn gelijk bewijzen. Dat is meestal niet te doen. Je moet dan achteraf aantonen dat de notaris kon weten dat iemand het niet meer kon overzien.

Meldingsplicht bij vermoeden misbruik

Heeft de notaris het vermoeden van ouderenmisbruik dan is een melding verplicht. Alle hulpverleners zijn verplicht om dergelijke signalen te melden. Hierover kan je meer vinden bij de Rijksoverheid.

De complete set met richtlijnen

Wie krijgt het legaat van een vermiste legataris?

De legataris heeft recht op zijn of haar legaat. Ook als de legataris vermist is. De mede-erfgenamen kunnen met een machtiging van de rechtbank wel het legaat van de vermiste erfgenaam ontvangen.

Machtiging tot uitoefening recht van legataris

Soms is het onzeker of een vermiste legataris die recht heeft op een legaat nog in leven is en ooit terugkomt. In dat geval kan de rechtbank de mede-erfgenamen machtigen om het recht van de vermiste legataris uit te oefenen. Met de machtiging treden de andere erfgenamen eigenlijk in de plaats van de vermiste legataris. De mede-erfgenamen kunnen die machtiging alleen door middel van een verzoek aan de rechtbank krijgen. Voor dat verzoek heb je een advocaat nodig.

Vermiste legataris

vermiste legataris

Voor het afgeven van de machtiging moet de rechtbank wel kunnen vaststellen dat de legataris ook daadwerkelijk vermist is. Dat kan bijvoorbeeld bij (vermoedelijke) betrokkenheid bij een oorlog, natuurramp of een vliegtuigongeluk. De rechtbank zal een openbare oproeping van de vermiste legataris bevelen. Dat is niet nodig als het waarschijnlijk is dat de vermiste persoon is overleden. De rechtbank moet de machtiging afgeven als vaststaat dat het bestaan van de vermiste legataris onzeker is.

Terugkeer van legataris

De rechtbank kan bij het afgeven van de machtiging zekerheid vragen voor de teruggave van de goederen als later blijkt dat de vermiste legataris toch nog in leven is. Bij terugkeer van de legataris gelden aparte regels voor de goederen die zijn verkregen of verkocht aan anderen, maar dus eigenlijk voor de legataris zelf bestemd waren.

Omdat hier sprake is van een bijzondere situatie, is het verstandig om advies in te winnen bij een notaris of advocaat.

Verhouding tot rechtsvermoeden van overlijden

Er geldt geen wachttermijn voor het verzoeken van een machtiging. Voor een verzoek tot het uitspreken van het rechtsvermoeden van overlijden geldt dat wel. Dat kan namelijk pas vijf jaar na het vertrek of het laatste teken van leven van de vermiste. Een machtiging is dus van belang voor de tijd dat de rechter nog geen verklaring van vermoedelijk overlijden door de rechter kan geven.

Praktijkoplossing

De hier beschreven oplossing is de juridisch juiste. Zoals je begrijpt is deze weg behoorlijk kostbaar. Je hebt een advocaat nodig en bent griffierechten verschuldigd. Er is in Nederland geen overheidstoezicht op de uitvoering van een testament. Je kunt er dus ook voor kiezen om het legaat te negeren. In het ergste geval komt de legataris later alsnog op de proppen en ben je schadeplichtig. Dat is een risicoafweging die je zelf moet maken.

Wat moet ik doen als mijn starterslening is afgelost?

Een afgeloste hypotheek moet je zelf nog doorhalen bij het Kadaster. Dit geldt ook voor een starterslening. Alleen een notaris kan dit doen. De notaris heeft een aflossingsbewijs nodig.

Een afgeloste startershypotheek

De startershypotheek is een aanvullende hypotheek voor starters op de woningmarkt. Zij kunnen via de gemeente een extra hypotheek krijgen. Die starterslening gebruiken ze dan voor het laatste stukje financiering. De eerste paar jaar is deze hypotheek aflossingsvrij. Je kan de hypotheek boetevrij aflossen tijdens de looptijd. Beschik je dus na een paar jaar over wat meer financiële armslag, dan kan dat een interessante optie zijn.

De startershypotheek is een initiatief om de woningmarkt te verbeteren. De financiële uitvoering is in handen bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvestiging SVn.

Doorhalen starterslening

starterslening

Als je de starterslening met de daarbij behorende hypotheek hebt afgelost blijft deze staan in het kadaster. De hypotheek wordt dus niet automatisch doorgehaald. Er zijn veel redenen om de hypotheek nu wel zelf te laten schrappen bij het kadaster. De belangrijkste is dat het nu goedkoper is dan straks. Als je het zou doen bij de verkoop van de woning, doe je dat bij de notaris van de koper. Die heeft dan ook het tarief bepaald, dat kan oplopen tot € 300.

Doorhalen startershypotheek met korting

De startershypotheek doorhalen in het kadaster kan heel eenvoudig. Zodra je de laatste aflossing hebt gedaan kan je de opdracht geven. Speciaal voor starters geven wij 10% korting op het toch al zeer lage tarief.

  • Veilige gegevensoverdracht
  • SSL certificaat