Wat is een gebroken boekjaar?

8.4
Wat is een gebroken boekjaar?

Als je een rechtspersoon opricht kan je kiezen voor een gebroken boekjaar. Het boekjaar begint dan niet op 1 januari van het nieuwe jaar maar op een andere datum. Bijvoorbeeld van 1 augustus tot en met 31 juli.

Waarom een gebroken boekjaar

In beginsel loopt een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar. Maar in de statuten mag hiervan worden afgeweken. Dit is vastgelegd in artikel 2:10a van het Burgerlijk Wetboek.

Reden om voor een gebroken boekjaar te kiezen is omdat je het boekjaar gelijk wil laten lopen met bijvoorbeeld een sportseizoen of als er sprake is van seizoenshandel. Het voordeel hiervan is dat je de resultaten over het sportseizoen in één keer overzichtelijk hebt. Dat geeft een beter beeld dan wanneer er twee halve seizoenen in de jaarrekening staan.

Een bijkomend voordeel is dat de begroting van de organisatie in principe gelijk loopt met het boekjaar. Dus voor de planning en de investeringen is het ook handig als je de boekhouding aan laat sluiten bij de werkelijke activiteiten.

Voor de aangifte vennootschapsbelasting moet het boekjaar gelijk zijn aan het boekjaar dat in de statuten van de onderneming staat.

Nadeel

Het nadeel van een gebroken boekjaar is dat je waarschijnlijk in de vakantieperiode de jaarvergadering moet plannen. Als het boekjaar gelijk loopt met het kalenderjaar is dat niet het geval.

Lees ook: Een verlengd boekjaar?

Hoe hef ik en coöperatie op?

Een coöperatie wordt opgeheven met een ontbindingsbesluit. De algemene vergadering neemt dit besluit. Deze benoemt ook een vereffenaar. Als de coöperatie is ontbonden en vereffend kan deze worden uitgeschreven uit het Handelsregister.

Coöperatie opheffen

Royement of Doorhalen

Een coöperatie wordt opgeheven met een ontbindingsbesluit van de algemene vergadering. In de statuten van de coöperatie staat beschreven hoe de algemene vergadering zo’n besluit neemt.

Maak een verslag tijdens de vergadering en onderteken deze met de voorzitter en de notulist.

Tijdens de vergadering wordt er een vereffenaar aangewezen. Ook moet er een besluit worden genomen over het overgebleven geld. Gaat het geld naar de leden of naar een goed doel?

Zorg dat je deze stappen op de juiste manier uitvoert.

Vereffening

De vereffenaar vereffent het vermogen van de coöperatie. Dit houdt in dat de schulden worden betaald en de bezittingen verkocht. Als er een bedrag overblijft moet dit overeenkomstig de statuten uitgekeerd.

De vereffenaar maakt een eindbalans en deponeert deze bij de Kamer van Koophandel.

De boeken en bescheiden van de coöperatie moeten 7 jaar bewaard. Hiervoor moet een bewaarder zijn aangewezen.

Zijn al deze stappen doorlopen? Dan kan je de coöperatie uitschrijven bij het handelsregister.

De KvK kan ‘slapende’ coöperaties opheffen

Als er geen leden meer zijn in de coöperatie kan deze automatisch worden ontbonden. Er is dan geen ontbindingsbesluit nodig. Vaak gebeurt dit ongemerkt, bijvoorbeeld als het laatste lid overlijdt. Als de KvK ziet dat er gedurende een bepaalde periode geen bestuurders zijn of geen jaarstukken zijn gedeponeerd, dan kan de KvK deze coöperatie zelf opheffen. De KvK stuurt eerst een brief en wacht dan 8 weken af.

Ontbinding rechtspersoon is onomkeerbaar

Het besluit tot ontbinding van een rechtspersoon is niet terug te draaien, ook niet bij een coöperatie. Zo’n besluit is definitief. Onder bijzondere voorwaarden kan een rechter het besluit herroepen. Lees eerst de statuten om te controleren of er bepaalde afspraken in staan over het ontbinden van de coöperatie.

Wat zijn de gevolgen van de wetswijziging Wet Bestuur en Toezicht rechtspersonen (WBTR)?

De wetswijziging bracht een aantal wijzigingen met zich mee voor stichtingen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Er kan een RvC en One-tier board worden ingesteld. Als er sprake is van tegenstrijdig belang mag een bestuurder niet meedoen met de besluitvorming, een bestuurder mag niet meer stemmen hebben dan de andere bestuurders tezamen en er moet een regeling voor belet en ontstentenis worden opgenomen in de statuten.

Wet Bestuur en Toezicht rechtspersonen

Recht of Wet

Op 1 juli 2021 is de Wet Bestuur en Toezicht rechtspersonen (WBTR) in werking getreden. Deze wet brengt een aantal wijzigingen met zich mee voor stichtingen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen.

De wetswijziging is bedoeld om de regelgeving voor het bestuur en toezicht bij de verschillende rechtspersonen aan te vullen, te verduidelijken en te uniformeren.

In de statuten van de DoeHetZelfNotaris zijn deze wijzigingen al verwerkt. Er is een bepaling opgenomen over belet en ontstentenis van de bestuurders. Alle leden / bestuurders mogen niet stemmen bij een besluitvorming als er sprake is van tegenstrijdig belang en ze hebben één stem.

Belet en ontstentenis bestuurders

De statuten moeten een regeling bevatten over belet en/of ontstentenis van alle bestuurders. Er is sprake van belet of ontstentenis als een bestuurder is ontslagen of tijdelijk niet in staat is om als bestuurder op te treden.

In het geval zo’n regeling nog niet is opgenomen in de statuten dient deze bij de eerstvolgende statutenwijziging te worden opgenomen. Ook in het kader van continuïteit van de rechtspersoon is dit aan te raden.

Tegenstrijdig belang

Als er sprake is van een tegenstrijdig belang, dan mag een bestuurder niet deelnemen aan de besluitvorming. Er is sprake van een tegenstrijdig belang als de bestuurder een persoonlijk belang heeft dat is strijd is met het belang van de rechtspersoon. Als zo’n bestuurder toch deelneemt aan de besluitvorming, dan is het besluit nietig.

Dit was voor de wetswijziging ook al het geval. Nu is er ook een wettelijke grondslag.

Meervoudig stemrecht bestuurder

Het meervoudig stemrecht van een bestuurder is gewijzigd. Een bestuurder mag meer dan één stem hebben. Maar hij mag in zijn eentje niet meer stemmen hebben dan de overige bestuurders bij elkaar. Een bestuurder mag dus niet de meerderheid vormen.

Als de statuten een bepaling bevatten die hiermee in strijd is, moet deze bij de eerstvolgende statutenwijziging worden gewijzigd. Een dergelijke verouderde bepaling verliest 5 jaar na inwerkingtreding van deze wet zijn werking.

Raad van Commissarissen

Alle rechtspersonen kunnen een Raad van Commissarissen (RvC) instellen. Het benoemen van een RvC moet zijn geregeld in de statuten. In de wet staan de taken en bevoegdheden nader uitgewerkt. Deze bevoegdheden kunnen in de statuten worden beperkt of uitgebreid.

Voor de wetswijziging was het al mogelijk om een Raad van Toezicht (RvT) in te stellen. In het kader van uniformeren wordt het nu bij alle rechtspersonen een RvC genoemd. Heb je al een RvT? Dan mag je deze naam blijven gebruiken.

In de praktijk komt het bijna niet voor dat een vereniging of stichting een RvC heeft. Voor de kleinere verenigingen en stichtingen heeft dit geen toegevoegde waarde.

One-tier board

Er kan ook een one-tier board worden ingesteld. Deze mogelijkheid moet in de statuten zijn opgenomen. Dit is een monistisch stelsel. Dat houdt in dat het bestuur bestaat uit uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders. De uitvoerende bestuurders vormen het dagelijkse bestuur. De niet uitvoerende bestuurders houden hier toezicht op.

Uitbreiding ontslaggrond stichtingsbestuurder

De rechtbank krijgt meer gronden om een stichtingsbestuurder te ontslaan. De rechter kan een bestuurder van een stichting ontslaan indien er sprake is van:

  • verwaarlozing van zijn taak;
  • andere gewichtige redenen;
  • ingrijpende wijziging van omstandigheden; of
  • het niet (behoorlijk) voldoen aan een bevel om inzicht te geven in de organisatie en financiën van de stichting.

Moeten de statuten nu gewijzigd?

Het is niet verplicht om de statuten te wijzigen. Het kan wel verstandig zijn om de statuten door te nemen en kijken of die nog aansluiten bij de huidige wet- en regelgeving.

Als je de statuten gaat wijzigen, moeten deze punten in ieder geval worden aangepast:

  • een regeling voor belet of ontstentenis;
  • een bestuurder mag niet meer stemmen hebben dan de overige bestuurders bij elkaar.
Betaal ik over de erfenis, na de erfbelasting, ook nog inkomstenbelasting?

Nee, niet in de zin van dat de erfenis wordt beschouwd als inkomen. Maar ja, je betaalt inkomstenbelasting over de erfenis als jouw vermogen boven de vrijstelling voor box 3 komt.

Inkomstenbelasting betalen over erfenis

Als je een erfenis hebt ontvangen betaal je daar erfbelasting over als dit boven de vrijstelling komt. De erfenis wordt niet opgegeven als inkomsten (box 1), maar komt wel bij jouw vermogen (box 3). Het bedrag van de erfenis tel je dus op bij jouw vermogen. Komt jouw vermogen boven de vrijstelling voor box 3? Dan betaal je over dat deel inkomstenbelasting.

inkomstenbelasting betalen over erfenis

Bij de aangifte inkomstenbelasting moet je de totale waarde van jouw vermogen op 1 januari vermelden voor de vermogensrendementsheffing. Daar zit dus ook de erfenis bij, of de vordering die je hebt op de nalatenschap. Als je de erfbelasting nog moet afdragen, trek je dit van het vermogen af.

Voorbeeld overlijden en jouw IB aangifte

Jouw vader is in november 2025 overleden. De verdeling zal waarschijnlijk pas in 2026 plaatsvinden.

Aangifte inkomstenbelasting 2025: in dit jaar hoef je de erfenis nog niet op te nemen bij jouw aangifte. Omdat op 1 januari 2025 het vermogen nog bij jouw vader was.

Aangifte inkomstenbelasting 2026: in 2026 moet je het onverdeelde deel wel opnemen in box 3. De erfbelasting mag hiervan worden afgetrokken.

Aangifte inkomstenbelasting 2026: als de erfenis is verdeeld moet je jouw deel van de erfenis meenemen bij de aangifte inkomstenbelasting. Als de erfbelasting dan al betaald is, kun je die niet meer aftrekken.

Hoe hef ik een recht van overpad op?

Als de eigenaar van het heersend erf het recht van overpad wilt opheffen kan hij dat doen. De eigenaar van het dienende erf kan ook een verzoek bij de rechter indienen. De rechter besluit of het recht van overpad kan worden opgeheven. Dit kan op verschillende gronden. Bijvoorbeeld omdat er sprake is van onvoorziene omstandigheden. Maar ook als er geen redelijk belang meer is.

Recht van overpad

Het recht van overpad is een erfdienstbaarheid. Met een recht van overpad mag jij bijvoorbeeld over het terrein van jouw buurman lopen om bij jouw eigen terrein te komen. Het recht van overpad is pas officieel als er een notariële akte is opgesteld en het is ingeschreven in het Kadaster.

Heb je zelf afspraken gemaakt met de buren over het gebruik van de grond? Maar zijn deze afspraken niet door een notaris vastgelegd en ingeschreven in het Kadaster? Dan is er officieel geen recht van overpad, maar een ‘persoonlijk recht’. Je hebt dan samen met de buren afspraken gemaakt waar je je aan moet houden. Deze afspraken stoppen bij de verkoop van een van de woningen. Een nieuwe eigenaar is niet gebonden aan de afspraken.

Wat als je het recht van overpad, dat officieel is ingeschreven, wilt opheffen. Hoe gaat dat in zijn werk?

Zelf opheffen

De eigenaar van het heersende erf kan afstand doen van zijn recht van overpad. Dit is degene die de grond gebruikt. Dit gaat dan op kosten van de eigenaar van het heersende erf. De eigenaar van het dienende erf is gehouden hieraan mee te werken. Onderling kunnen de eigenaren een andere kostenverdeling afspreken.

Dit is geregeld in art. 5:82 van het Burgerlijk Wetboek.

Opheffen via de rechter

Rechter vonnis

De rechter kan ook het recht van overpad opheffen. Dit moet op vordering van de eigenaar van het dienende erf. Het dienende erf is de grond waar overheen wordt gelopen. Het opheffen kan in de volgende gevallen:

  • Onvoorziene omstandigheden;
  • Strijd met het algemeen belang; of
  • Onmogelijke uitoefening of geen redelijk belang.

Dit is vastgelegd in art. 5:78 en 79 van het Burgerlijk Wetboek.

Als het recht van overpad onmogelijk is geworden of als de gebruiker ervan geen redelijk belang meer heeft bij de uitoefening kan het recht van overpad worden opgeheven. Bij de beoordeling hiervan gaat de rechter uit van de belangen van de eigenaar van het heersende erf, degene die de grond gebruikt.

Als de rechter het recht van overpad opheft moet het worden uitgeschreven uit het Kadaster.

Voorbeeld

Voorbeeld reden opheffen recht van overpad: een boer heeft een recht van overpad op het terrein van zijn buurman. Door een wegomlegging is het voor de boer nu ook mogelijk om via de openbare weg met zijn trekker bij zijn land te komen. De boer heeft nu geen belang meer bij het recht van overpad.

Kan mijn stichting of vereniging de ANBI-status verliezen?

Ja, een stichting of vereniging kan de ANBI-status verliezen als die niet meer voldoet aan de voorwaarden. Ze kunnen de status ook zelf beëindigen.

ANBI-status verliezen

ANBI status verliezen

Een stichting of vereniging kan de ANBI-status verliezen. Dat is het geval als ze niet meer voldoen aan de voorwaarden voor de ANBI-status. De stichting of vereniging kan er ook zelf voor kiezen om de status te beëindigen met een verzoek aan de Belastingdienst.

De Belastingdienst kan ook controles uitvoeren. Tijdens deze controle controleert de Belastingdienst of de stichting of vereniging nog voldoet aan de voorwaarden.

Gevolgen verliezen ANBI-status

Het verliezen of beëindigen van de ANBI-status heeft gevolgen. Er vervallen bepaalde belastingvoordelen. Er zal dan schenk- en/of erfbelasting moeten worden betaald als er boven het belastingvrije bedrag wordt geschonken of geërfd. De Belastingdienst controleer of deze gegevens juist worden doorgegeven.

Als de ANBI-status vervalt heb je een informatieplicht aan de Belastingdienst. Als je de wijziging niet doorgeeft, kan de Belastingdienst een boete opleggen. Let dus goed op, als er een reden is waarom jouw organisatie niet meer voldoet aan de eisen moet je dat actief melden.

Terugwerkende kracht

De Belastingdienst kan de ANBI-status ook met terugwerkende kracht intrekken. Vanaf het moment dat de organisatie niet meer voldeed aan de eisen. Bijvoorbeeld als er geen drie onafhankelijke bestuursleden meer zijn. De organisatie moet dat herstellen. Doet ze dat niet, dan kan de ANBI worden ingetrokken. Dat kan vervelende financiële gevolgen hebben.

Waarom zou ik een vruchtgebruik in een testament opnemen?

Je kan iemand een vruchtgebruik geven. De vruchtgebruiker mag voor een bepaalde tijd gebruik maken van het goed. Na die tijd gaat het naar de erfgenamen. Door een vruchtgebruik op te nemen in jouw testament weet je zeker dat het goed uiteindelijk naar jouw erfgenamen gaat.

Vruchtgebruik in testament

vruchtgebruik

In een testament kan je iemand het vruchtgebruik geven over bepaalde goederen. De vruchtgebruiker wordt dan geen eigenaar van het goed maar mag er wel gebruik van maken. Zo kan je bijvoorbeeld iemand het vruchtgebruik geven over jouw woning als jij komt te overlijden. Het vruchtgebruik kan alleen via een testament worden geregeld.

Waarom een vruchtgebruik geven?

Waarom zou je iemand het vruchtgebruik geven en niet het eigendom?

Je wilt jouw woning nalaten aan jouw kinderen. Maar je wilt ook dat jouw partner nog in de woning kan blijven wonen tot zijn/haar overlijden. In een testament kan je dan vastleggen dat jouw kinderen de woning erven, maar dat jouw partner er nog in blijft wonen. De kinderen krijgen dan het bloot eigendom. Jouw partner krijgt het vruchtgebruik over de woning. Op deze manier weet je zeker dat de woning naar de kinderen gaat en dat jouw partner niet op straat komt te staan na jouw overlijden.

Langs de notaris

Het vruchtgebruik opnemen in een testament is de eerste stap. Voor het opstellen van een testament moet je altijd langs de notaris. Als de erflater is overleden en jij het vruchtgebruik over een woning krijgt moet er een akte van vestiging komen. Het vruchtgebruik moet worden ingeschreven in het kadaster. Hiervoor moet je langs een notaris. Houd dus wel rekening met de notariskosten.

Onderhoud vruchtgebruik

De vruchtgebruiker is verplicht om dat wat hij mag gebruiken goed te onderhouden. Dit houdt in dat het onderhouden moeten worden. Het normale onderhoud komt voor rekening van de vruchtgebruiker. Denk hierbij ook aan verzekeringen. Doe je dit niet? Dan kan de eigenaar van het goed naar de rechter stappen.

Dit is geregeld in artikel 3:207 van het Burgerlijk Wetboek.

Nadeel vruchtgebruik

Er kunnen problemen ontstaan tussen de vruchtgebruiker en de erfgenamen als het contact niet goed is. Als de vruchtgebruiker de woning of het goed wilt verkopen is er toestemming van de erfgenamen nodig. Zij zijn immers eigenaar van de woning of het goed. Als zij deze toestemming niet geven kan de vruchtgebruiker niet zelfstandig gaan handelen. Als er dus geen goed contact is kan dit lastig worden. Mediation kan hierbij een oplossing bieden.

Belasting

Als het vruchtgebruik een woning betreft moet de vruchtgebruiker de woning opgeven als eigen woning in box 1. Dit is terug te vinden op de site van de Belastingdienst. Een deel van de waarde moet je aangeven bij de aangifte inkomstenbelasting. Hiervoor moet je de waarde van het vruchtgebruik berekenen. De berekening van de waarde hangt van een aantal factoren af. Hoe je dit precies moet berekenen, is ook terug te vinden bij de Belastingdienst.

De eigenaar van de woning, de erfgenaam, heeft het blote eigendom. De erfgenaam moet ook belasting betalen over de woning, maar daar mag de waarde van het vruchtgebruik vanaf worden gehaald. Je betaalt dus maar over een gedeelte belasting. De berekening van het blote eigendom vind je hier terug. De waarde van het blote eigendom geef je op in box 3.

Op het moment dat de vruchtgebruiker komt te overlijden, of het vruchtgebruik eindigt, gaat de woning naar de erfgenamen. Het kan zijn dat de woning tegen die tijd in waarde is gestegen. Er hoeft dan geen extra erfbelasting over te worden betaald. Op deze manier kan een vruchtgebruik-testament belastingtechnische erg gunstig zijn.

Lees ook: Waardering vruchtgebruik bij erfenis.

Ik woon in Nederland en ontvang een schenking uit het buitenland. Hoe zit het met de schenkbelasting?

Bij een schenking uit het buitenland betaalt de ontvanger de schenkbelasting. De nationaliteit van de schenker is dan van belang. In sommige gevallen hoeft de ontvanger geen aangifte schenkbelasting te doen.

Schenking uit het buitenland

schenking uit het buitenland

Je ontvangt een schenking uit het buitenland. Wie moet er schenkbelasting betalen? De ontvanger of de schenker? De ontvanger van de schenking betaalt de schenkbelasting. Tenzij de schenker een schenking vrij van recht doet. Dat betaalt de schenker de schenkbelasting.

Of de ontvanger aangifte schenkbelasting moet doen is afhankelijk van de nationaliteit van de schenker.

  • Heeft de schenker de Nederlandse nationaliteit? Dan moet je aangifte doen als de schenker korter dan 10 jaar geleden naar het buitenland is verhuisd. Is de schenker langer dan 10 jaar geleden verhuisd naar het buitenland? Dan hoef je geen aangifte te doen.
  • Heeft de schenker een andere nationaliteit? Dan moet je aangifte doen als de schenker korter dan 1 jaar geleden naar het buitenland is verhuisd. Is de schenker langer dan 1 jaar geleden naar het buitenland verhuisd? Dan hoef je geen aangifte te doen.
  • Heeft de schenker nooit in Nederland gewoond, ongeacht diens nationaliteit? Dan hoef je geen aangifte schenkbelasting te doen.

Voorbeeld schenking uit buitenland

Voorbeeld 1: jij woont in Nederland. Jouw ouders zijn 7 jaar geleden verhuisd naar Frankrijk. Zij houden de Nederlandse nationaliteit. Als zij jou een schenking doen, dan moet jij (de ontvanger) aangifte schenkbelasting doen.

Voorbeeld 2: jij woont in Nederland. Jouw Marokkaanse ouders zijn twee jaar geleden geremigreerd naar Marokko. Je hoeft geen aangifte te doen.

Voorbeeld 3: Je oom in Canada, die nog nooit in Nederland heeft gewoond schenkt je € 10.000. Er hoeft geen belasting betaald te worden. Je hoeft ook geen aangifte te doen.

Aangifte doen en schenkingsovereenkomst opstellen

Ook als je een schenking ontvangt onder het vrijgestelde bedrag moet je aangifte doen. Je doet dan aangifte om de vrijstelling aan te vragen.

De schenkingsovereenkomst moet wel zijn opgesteld volgens de regels van het land waar de schenker woont. Woont de schenker in Duitsland? Dan moet hij/zij de schenkingsovereenkomst opstellen aan de hand van de Duitse regels.

Het zou in theorie ook kunnen dat het betreffende land ook nog andere fiscale regels kent. Bijvoorbeeld dat de schenker de belastingaangifte moet doen.

Lees ook: Schenken aan in het buitenland wonende kind, hoe zit het met de belasting?

Hoe kan een minderjarige een erfenis verwerpen?

Een minderjarige kan niet zelf een erfenis verwerpen. Dat moet de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige doen. Dit moet via de rechtbank. De kantonrechter kan hier een rechterlijke machtiging voor geven.

Erfenis namens minderjarige verwerpen

Een minderjarige kan niet zelf een erfenis verwerpen. Dat moet zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger doen. Meestal is dit de ouder van het kind.

Op rechtspraak.nl is de gehele procedure voor het verwerpen van de nalatenschap van een minderjarige te vinden. Wij leggen hieronder uit hoe dit in zijn werk gaat.

Stappenplan verwerpen erfenis

"erfenis verwerpen"

Het verwerpen van de erfenis moet via de rechtbank. Je legt dan een verklaring af bij de griffie van de rechtbank. Voor het verwerpen van een erfenis van een minderjarige heb je toestemming van de kantonrechter nodig. Dit is een rechterlijke machtiging.

De kantonrechter zal dan beoordelen of het verwerpen van de erfenis in het belang van de minderjarige is. Als de erfenis meer schulden dan bezittingen bevat zal dit al snel in het belang van de minderjarige zijn. Een verstoorde relatie tussen de minderjarige en de erflater is meestal niet een reden voor de kantonrechter om de erfenis te verwerpen.

Stappen verwerpen erfenis minderjarige

  1. Invullen verzoek machtiging verwerpen

    De wettelijke vertegenwoordiger vult een formulier in om namens de minderjarige te kunnen verwerpen. Dit formulier is de vinden op rechtspraak.nl. De gegevens die je nodig hebt zijn:
    – De gegevens van de overledene;
    – Je eigen gegevens;
    – Gegevens van de minderjarige(n);
    – Akte van overlijden;
    – Legitimatie van verzoeker(s) en minderjarige(n);
    – Verklaring van het CTR; en
    – Een (voorlopige) boedelbeschrijving.

  2. Stukken naar rechtbank sturen

    Als alle formulieren zijn ingevuld en de bijlagen zijn toegevoegd stuur je deze gegevens naar de rechtbank. Dit is de rechtbank van de woonplaats van de minderjarige.

  3. Beslissing kantonrechter

    Je ontvangt binnen een aantal weken de beslissing van de kantonrechter. Als de kantonrechter niet instemt met de verwerping kan je nog beneficiair aanvaarden. Stemt de kantonrechter wel in met het verzoek, dan kan je naar stap 4.

  4. Invullen verklaring nalatenschap minderjarige

    Vul de verklaring nalatenschap minderjarige in. Ook dit formulier is te vinden op rechtspraak.nl. Stuur deze documenten op naar de rechtbank.

  5. Ontvangst akte nalatenschap

    Als alle documenten zijn opgestuurd en ontvangen door de rechtbank ontvang je de ‘akte nalatenschap’. De verklaring moet worden ingeschreven in het boedelregister.

Wat is het verschil tussen een informele vereniging en een formele vereniging?

Een informele vereniging kun je zelf oprichten, zonder notaris. De bestuurders zijn wel hoofdelijk aansprakelijk. De formele vereniging wordt wel opgericht door een notaris. De bestuurders zijn dan niet aansprakelijk, maar de vereniging is aansprakelijk.

Brief

Informele of formele vereniging?

Als je een vereniging wilt beginnen en die ook juridisch wil vormgeven, dan heb je de keuze uit verschillende soorten verenigingen. Er is een informele vereniging en een formele vereniging. Wat is het verschil tussen de soorten verenigingen en welke past bij jou?

Oprichting

Voor het oprichten van een informele vereniging hoef je niet langs de notaris. Je kan zelf de statuten opstellen en deze ondertekenen. Dit zijn dan onderhandse statuten. De informele vereniging hoeft niet te worden ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Je kunt dat wel doen. Dat is bijvoorbeeld aan te raden als je een bankrekening wilt openen voor de vereniging.

Een formele vereniging wordt wel door een notaris opgericht. De notaris stelt de statuten op en je ondertekent de statuten bij de notaris. De vereniging moet dan ook ingeschreven in het Handelsregister.

Je kan een bestaande informele vereniging voortzetten als formele vereniging.

Aansprakelijkheid

Bestuurders in een informele vereniging zijn hoofdelijk aansprakelijk. Dit is omdat de informele vereniging geen rechtspersoonlijkheid heeft. In de praktijk is de verenging het eerste aanspreekpunt. Als er dus ergens schade ontstaat is de vereniging degene die gaat betalen. Daarna kunnen de individuele bestuurders worden aangesproken voor de gehele schade.

Een concreet voorbeeld. Bij de buurtbarbecue verbrandt een kind een arm. De organisatie was in handen van de informele speeltuinvereniging. De verzekering van het kind spreekt de vereniging aan. Als er niet voldoende geld in kas zit, moeten de bestuursleden uit eigen zak bijspringen.

Bestuurders bij een formele vereniging zijn niet aansprakelijk. De vereniging is dan aansprakelijk. De schade moet dan wel ontstaan zijn door de vereniging. Alleen als er sprake is van wanbeleid kunnen de bestuurders wel aansprakelijk worden gesteld. Bijvoorbeeld als er is gefraudeerd met subsidies. Of als er expres geen belasting is afgedragen.

Keuze tussen informele en formele vereniging?

Ben je met een paar mensen en wil je een vereniging beginnen? Dan kan een informele vereniging voldoende zijn. Wordt de groep groter en wordt er meer georganiseerd? Dan is het het overwegen waard om een formele vereniging op te richten. Dit is voornamelijk van belang voor de aansprakelijkheid van de bestuurders.

Als jouw vereniging in aanmerking wil komen voor erfenissen of het verkrijgen van registergoederen is een formele vereniging nodig. Dit is niet mogelijk met een informele vereniging. Ook staat vaak in subsidievoorwaarden van bijvoorbeeld een gemeente dat je een formele vereniging moet zijn.

  • Veilige gegevensoverdracht
  • SSL certificaat