Wat te doen bij weigerachtige erfgenaam?

8.4
Wat te doen als erfgenaam niet mee wil werken?

Alle erfgenamen moeten meewerken aan het afhandelen van de erfenis. Niets doen is daarbij geen optie. Je kan een erfgenaam die niet wil meewerken een termijn stellen waarbinnen je alsnog antwoord wenst. Niet meewerken is onrechtmatig. Een weigerachtige erfgenaam kan dus niet blijven weigeren.

Onwillige erfgenaam

Er is iemand overleden, maar één van de erfgenamen wil niet meewerken aan het afronden van de erfenis. Wat kan je doen?

Belangrijk om te weten: uiteindelijk kan de rechter iemand dwingen om een besluit te nemen. Maar kan je voor die tijd niets doen? Jawel, omdat de erfgenaam die niet mee wil werken uiteindelijk toch moet beslissen kan je wel extra druk uitoefenen. Als je uiteindelijk naar de kantonrechter gaat moet je kosten maken. Er moet bij het verzoek aan de kantonrechter een Verklaring van Erfrecht worden toegevoegd en je moet griffierecht betalen.

Stap 1. Laatste waarschuwing

Wat je doet is een laatste waarschuwing aan de erfgenaam die niet mee wil werken. Je geeft aan dat je straks naar de kantonrechter gaat en dan overbodige kosten moet maken. Die kosten ga je op hem/haar verhalen. Gebruik onze modelbrief om die laatste waarschuwing juridisch goed vorm te geven.

Lees ook: Weigerachtige erfgenaam, toch woning verkopen.

Stap 2. Naar de rechtbank

Als stap 1 geen effect had, dan zit er niets anders op dan naar de rechter te stappen. Je moet nu een verzoekschrift indienen bij de kantonrechter in de plaats waar de overledene het laatst heeft gewoond. De kantonrechter zal een termijn stellen waarbinnen de erfgenaam moet besluiten. Volgt er geen besluit dan is de erfenis in ieder geval aanvaard. De erfgenaam kan wel om uitstel vragen.

Als de rechter de termijn heeft gesteld dan moet jij die “betekenen” aan de erfgenaam die niet mee wil werken. Dat wil zeggen dat je een deurwaarder moet inschakelen. Daarna wordt de beslissing in het boedelregister ingeschreven en gaat de termijn pas lopen.

Artikel 4:192 Burgerlijk Wetboek

De juridische grond voor de mogelijkheid om een weigerachtige erfgenaam onder druk te zetten vind je in artikel 192 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 192
1. Een erfgenaam die zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedraagt, aanvaardt daardoor de nalatenschap zuiver, tenzij hij zijn keuze reeds eerder heeft gedaan.
2. Indien een erfgenaam zijn keuze nog niet heeft gedaan, kan de kantonrechter hem daarvoor op verzoek van een belanghebbende een termijn stellen, die ingaat op de dag nadat de belanghebbende deze beschikking aan de erfgenaam heeft doen betekenen en de beschikking onder vermelding van de gedane betekening heeft doen inschrijven in het boedelregister. De kantonrechter kan op verzoek van de erfgenaam de termijn voor de afloop daarvan een of meer malen verlengen; de verlenging wordt in het boedelregister ingeschreven.

Waarom een hypotheekakte maken?

Omdat alleen een formele hypotheekakte kan worden ingeschreven bij het kadaster. Staat de akte ingeschreven? Dan werkt die tegen iedereen. Zo is er absolute zekerheid bij een notariële hypotheekakte.

Noodzaak van een hypotheekakte

Als je voor de koop van een woning financiering nodig hebt, kan je bij de bank een hypothecaire lening aanvragen. In ruil voor die financiering wil de bank zekerheid dat je het geleende bedrag, zal terugbetalen. Je moet dan een hypotheekrecht vestigen op jouw woning. Met dat recht kan de bank jouw woning verkopen als je de rente en/of aflossing niet betaalt.

Wettelijk vereist

De wet stelt een paar eisen voor het vestigen van een hypotheekrecht op onroerende zaken. Eén daarvan is de hypotheekakte die moet worden opgesteld door de notaris. Zonder hypotheekakte kan er geen hypotheekrecht worden gevestigd en zal de bank je dan ook geen hypothecaire lening verstrekken. Bij het opstellen van de hypotheekakte zal de notaris onderzoeken en dus controleren of je bevoegd bent om een hypotheek te vestigen op de woning.

Kenbaarheid hypotheek

Brief

Ook is de hypotheekakte van belang voor anderen dan de bank. Iedere hypotheekakte staat verplicht ingeschreven in het kadaster, Door de verplichte inschrijving kunnen anderen zien dat er hypotheekrecht rust op jouw woning. Dat is bijvoorbeeld van belang voor jouw andere schuldeisers of potentiële kopers. Een hypothecaire schuldeiser heeft namelijk een sterke positie in vergelijking met andere schuldeisers. Zie ook beperkt recht.

Afgeloste hypotheek is geen einde akte

De hypotheekakte is een zekerheidsrecht. Die akte vervalt niet door de aflossing van de hypotheek. Daarvoor moet je de hypotheekakte laten doorhalen bij het kadaster. Dat noem je een royement en dat moet plaatsvinden door de notaris.

Heb ik een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) nodig om een BV, vereniging of stichting op te richten?

Nee, je hebt geen VOG nodig om een BV, vereniging of stichting op te kunnen richten. Die eis is al heel lang geleden afgeschaft.

Verklaring omtrent het gedrag

De wet stelt bepaalde eisen aan het geldig oprichten van een BV, vereniging of stichting, zoals een notariële oprichtingsakte. Voor oprichting heb je echter geen VOG nodig. Iemand met een strafblad kan dus in Nederland een rechtspersoon oprichten of besturen.

Wel kan een Verklaring Omtrent Gedrag Rechtspersonen (VOG RP) voor de rechtspersoon zelf soms worden verplicht voor het aangaan van contracten (zoals aanbestedingscontracten) of voor lidmaatschap van een brancheorganisatie. Dit helpt de rechtspersoon dus met zaken doen. Ook omdat je hiermee kan aantonen dat de rechtspersoon integer handelt en dus een goede zakenpartner is. Een VOG RP vraagt de bestuurder aan met het invullen en opsturen van een speciaal formulier naar de overheidsinstantie Justis.

vog nodig

De VOG is te vergelijken met de verklaring van geen bezwaar die tot 2011 was verplicht voor de oprichting van een BV of NV. Met de wijziging van de wet werd het eenvoudiger een BV op te richten, onder andere door afschaffing van het preventieve toezicht. Deze wijziging werd bekend als de flex BV.

ABNI en VOG

Voor de ANBI status zijn bepaalde integriteitseisen voor de bestuurders. Als de Belastingdienst twijfelt aan de integriteit van de bestuurders kan zij vragen om een VOG. Dat wil zeggen dat de ANBI status met zich mee kan brengen dat bestuurders alsnog een VOG nodig hebben.

Onderzoek notaris

De notaris is verplicht om een cliëntenonderzoek uit te voeren. Dat houdt in dat de notaris moet onderzoeken of er bepaalde risico’s zijn. Voorbeelden daarvan zijn dat degene die de akte wil opstellen:

  • actief is in een branche die bekend staat als gevoelig voor witwaspraktijken, of financiert met gelden die te maken hebben met zo’n branche;
  • de transactie (de betaling) afkomstig is uit een land dat bekend staat om een hoger risico;
  • in de media voorkomt met berichten die het risico op witwassen of terrorismefinanciering verhogen;
  • een belangrijke politieke functie heeft of heeft gehad.

Voor meer informatie over het cliëntenonderzoek, kijk op notaris.nl.

Wat is geen goeder trouw bij verjaring?

Om door verjaring eigenaar te worden moet je te goeder trouwe zijn. Het moet ook duidelijk zijn voor de oorspronkelijke eigenaar dat jij het onroerend goed in bezit hebt genomen.

Bevrijdende verjaring

Bevrijdende verjaring houdt in dat de persoon die de zaak bezit op het moment dat de werkelijke eigenaar twintig jaar geen actie heeft ondernomen, eigenaar wordt van die zaak.
Je moet dan wel opletten dat je geen bezitter “niet te goeder trouw” bent. Een bezitter te goeder trouw kan door verkrijgende verjaring eigenaar worden. Zie daarvoor hier.

Niet te goeder trouw

groen strook

Je bent een bezitter niet te goeder trouw als je een zaak van iemand anders bezit, terwijl je weet of behoort te weten dat die zaak niet jouw eigendom is. Bijvoorbeeld als je een stuk gemeentegrond (snippergroen) in bezit neemt door er een hek omheen te plaatsen of (gedeeltelijk) te bebouwen met een schuur. Voor bezit moet dus (over)duidelijk zijn dat je de zaak in bezit hebt genomen.

In het voorbeeld wordt je na twintig jaar eigenaar van de gemeentegrond. De werkelijke eigenaar hoeft trouwens niet daadwerkelijk te weten dat je zijn of haar zaak in bezit hebt genomen. Zelfs dan begint de verjaringstermijn te lopen. Hierdoor kan bijvoorbeeld de gemeente onopgemerkt haar grond kwijtraken.

Verjaring stuiten

De eigenaar kan de verjaringstermijn stuiten. Bijvoorbeeld door het sturen van een brief of het aanspannen van een rechtszaak. De bezitter kan dat ook doen, bijvoorbeeld door aankoopvoorstellen te doen aan de eigenaar. Door stuiting begint de verjaringstermijn opnieuw te lopen.

Nadat je eigenaar bent geworden, kan de voormalige eigenaar nog wel schadevergoeding vorderen. Dat kan in de vorm van een (gedwongen) eigendomsoverdracht van de zaak. De voormalige eigenaar kan dat binnen twintig jaar doen nadat je eigenaar bent geworden. Als je de zaak op het moment van verjaring al twintig jaar in bezit had, dan kan de voormalige eigenaar binnen 40 jaar na inbezitneming alsnog eisen dat je de zaak moet teruggeven.

Als je meent dat je door bevrijdende verjaring eigenaar bent geworden, kan je dat vastleggen met een akte van verjaring.

Mag een stichting één bestuurder hebben?

Ja, een stichting mag één bestuurder hebben. Je mag in je eentje een stichting besturen en oprichten. Dit mag ook een rechtspersoon zijn. De continuïteit van de stichting is dan wel minder gewaarborgd.

Stichting met één bestuurder?

Je kan in je eentje een stichting besturen. Dat geldt ook voor het oprichten van een stichting. Ook kan het stichtingsbestuur bestaan uit één BV of een andere rechtspersoon.

Continuïteit stichting

Als je enig bestuurder bent van jouw stichting, is de continuïteit van jouw stichting minder gewaarborgd dan bij stichtingen met meerdere bestuurders. De stichting is dan namelijk helemaal op jou aangewezen, omdat een stichting geen leden(vergadering) mag hebben, zoals bij een vereniging. Zorg er dus bij de oprichting voor dat de statuten een goede regeling bevat voor het geval dat je door ziekte of afwezigheid (tijdelijk) niet meer kan besturen. De notaris kan je daarbij adviseren.

Als de statuten bij jouw afwezigheid niet voorzien in een bestuur, kan het openbaar ministerie of een belanghebbende aan de rechter verzoeken om een bestuurder te benoemen.

Na oprichting meer bestuurders

ANBI Logo

Na de oprichting kan je er altijd nog voor kiezen om meer bestuurders aan te stellen. Die moeten dan ook worden ingeschreven in het handelsregister. Let op: om in aanmerking te kunnen komen voor de ANBI status moet jouw stichting minimaal drie bestuurders hebben. Ook voor het aanvragen van subsidies is vaak vereist dat je minimaal drie bestuurders hebt.

Als je achteraf meer bestuursleden wilt hebben dan moet je de statuten aanpassen. Er komen dan andere bepalingen in te staan, bijvoorbeeld over de besluitvorming. Een stichting met de ANBI status heeft ook weer andere statutaire bepalingen.

Als je vooraf weet dat het een stichting met meerdere bestuurders moet worden, richt dan niet eerst een stichting met één bestuurder op. Omzetten kan een kostbare zaak zijn. Je moet dan namelijk weer langs de notaris.

Testamentaire stichting

Naast een gewone stichting, kan je ook via jouw testament een testamentaire stichting in je eentje laten oprichten (na jouw overlijden).

Hoe bepaalt een alleenstaande de erfgenamen?

Zonder testament bepaalt de wet wie de erfgenamen zijn van een alleenstaande. Met een testament zijn die, met uitzondering van eventuele kinderen echter direct geen erfgenaam meer. Je hoeft ze dus niet te onterven.

Vervallen de wettelijke erfgenamen?

Alleenstaande

Als een alleenstaande zonder kinderen in een testament een erfgenaam benoemt, vervallen automatische de wettelijke erfgenamen. Die hoef je dus niet specifiek uit te sluiten in het testament.

Als je als alleenstaande een testament opstelt en erfgenamen benoemt, dan wijk je daarmee af van het wettelijk erfrecht. Dat heeft tot gevolg dat jouw wettelijke erfgenamen (zoals jouw ouders, broers en/of zussen) automatisch niet meer jouw erfgenamen zijn. Het is daarom niet nodig om in het testament te bepalen dat jouw wettelijke erfgenamen worden uitgesloten van jouw nalatenschap. Alleen de personen die je in jouw testament als erfgenaam benoemt, zijn dus jouw erfgenamen.

Dit geldt niet als je kinderen hebt

Dit is anders als je wel kinderen hebt. Zij hebben namelijk altijd (dus ook bij onterving) recht op een legitieme portie. Dus als een alleenstaande met kinderen een testament maakt en daar de kinderen in wil onterven, werkt dat maar ten dele.

Wat is het verschil tussen een directeur en een bestuurder?

Een bestuurder kan een statutaire bestuurder zijn, die is dan benoemd in de statuten en heeft een speciale rol. Je kan ook bestuurder in naam zijn, zoals vaak bij een stichting, dan is er geen verschil tussen een bestuurder en een directeur. De laatste bestuurder noem je een titulaire bestuurder, die staat dus niet in de statuten.

Verschil tussen directeur en bestuurder

Een rechtspersoon kan worden bestuurd door zowel statutaire als door titulaire bestuurders of een directeur. Bij het oprichten en besturen van de rechtspersoon is het belangrijk om de verschillen daartussen te weten.

Statutair bestuurder

Zelf akte schrijven

Statutair bestuurders zijn bij de oprichting en daarna door aandeelhoudersvergadering benoemd. De aandeelhoudersvergadering besluit ook over schorsing en ontslag. Statutair bestuurders zijn de juridische en officiële bestuurders. In de statuten zijn de afspraken over het statutair bestuur opgenomen. Deze bestuurders moeten worden ingeschreven in het Handelsregister.

Titulair bestuurder of directeur

Titulair bestuurders zijn geen wettelijke bestuurders, maar staan als werknemers in dienst van de rechtspersoon. Zij hebben de titel bestuurder of directeur, maar geen formele statutaire functie. Zij worden niet door de aandeelhoudersvergadering benoemd of ontslagen. De wet geeft niet automatisch bevoegdheden aan het titulair bestuur. Het zijn van directeur duidt dus alleen op de functie of titel die hij of zij heeft op basis van een arbeidsovereenkomst. Zie ook Directeur Grootaandeelhouder.

Bij veel verenigingen en stichtingen heb je een directeur die ook wel bestuurder wordt genoemd. Die persoon is geen statutaire bestuurder. Het is eigenlijk een werknemer. Die is aangesteld door het bestuur van de stichting. De bevoegdheden die deze directeur heeft staan in een arbeidsovereenkomst of een apart directiereglement.

Vertegenwoordiging

Een statutair bestuurder is automatisch bevoegd om de rechtspersoon te vertegenwoordigen. Die kan de organisatie binden zoals door het sluiten van overeenkomsten namens de rechtspersoon. De titulair bestuurder is alleen vertegenwoordigingsbevoegd als hij een volmacht van het statutair bestuur heeft gekregen.

Bestuurders Aansprakelijkheid

Het uitgangspunt is dat het statutair bestuur de verantwoordelijke en aansprakelijke bestuurders zijn, ook voor het handelen van het titulair bestuur.

Kan ik zonder notaris een rechtsgeldig codicil maken waarmee ik een persoon of instelling een geldbedrag nalaat?

Nee, in een codicil kun je geen geldbedrag nalaten. In een codicil kun je alleen maar goederen nalaten. Voor het opstellen van een codicil heb je geen notaris nodig. Dit is een handgeschreven brief.

Zelf in codicil een geldbedrag nalaten?

geldbedrag nalaten in codicil

Met een codicil kun je niet een geldbedrag nalaten aan iemand of een goed doel. Je kunt met een codicil namelijk alleen goederen nalaten. Bijvoorbeeld sieraden, kleren of andere voorwerpen uit jouw inboedel. Dat kan zonder tussenkomst van een notaris.

De inhoud van een codicil komt ook niet terug in bijvoorbeeld een verklaring van erfrecht na overlijden.

Geldbedrag nalaten met legaat

Als je een geldbedrag wilt nalaten, dan heb je daarvoor een legaat nodig en dus ook een notaris. Dat wordt dan namelijk opgenomen in een testament. Je kan in plaats daarvan ook een soort mini-testament maken dat alleen bestaat uit een legaat.

Zelf een testament opstellen

Je kunt ook niet zelf een testament opstellen. Aan het opstellen van een testament zijn een reeks regels verbonden, waarbij de belangrijkste is dat je langs een notaris moet.

Moet er een regeling voor ereleden worden opgenomen in de statuten?

Nee, dat is niet verplicht. Ereleden hoeven niet in de statuten te staan. Het mag wel.

Erelid in statuten?

Verenigingen kunnen leden hebben die zij wegens hun grote verdiensten een speciale plek in de vereniging willen geven: het erelid. Dat kan door hen dan te benoemen tot ereleden. Een benoemingsregeling voor ereleden hoeft niet noodzakelijk in de statuten te zijn opgenomen.

erelid in statuten

Geen juridische betekenis

De wet bepaalt niks over ereleden. Er zijn dan ook geen speciale wettelijke bevoegdheden die een erelid op grond van de wet heeft of mag hebben. De titel van erelid heeft juridisch geen betekenis. De vereniging kan zelf bepalen welke rechten een dergelijk lid heeft.

Huishoudelijk reglement

In het huishoudelijke reglement kan je een regeling opnemen over ereleden. Daarover mag van alles worden geregeld, voor zover het past binnen de wet. Bijvoorbeeld over hoe en wanneer een lid kan worden benoemd tot erelid en wanneer hij of zij die titel verliest. Je kan het benoemen tot erelid voorbehouden aan de algemene vergadering of aan het bestuur. Je bent hier helemaal vrij in. In de contributieregeling kan je regelen dat deze leden geen contributie hoeven te betalen.

Erelid en ontzetting

Uit de rechtspraak volgt dat het zijn van erelid toch wel iets is waar de rechter rekening mee kan houden. Bijvoorbeeld bij de beoordeling of een ontzettingsbesluit van het verenigingsbestuur toelaatbaar is. Daarbij kan de rechter zeker ook kijken naar de omstandigheid dat het ex-lid een erelid was.

Hoe richt ik een kerkgenootschap op?

Een kerkgenootschap is een bijzondere rechtspersoon. Je kunt die ook oprichten zonder notaris. Ook kun je een kerk inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Je kunt een geloof ook uitoefenen via een stichting of een vereniging. Kerk is hierbij een ruim begrip en omvat iedere vorm van geloof.

Oprichten kerkgenootschap

De Grondwet waarborgt het recht en de vrijheid van godsdienst. Een manier waarop je dat grondrecht kunt uitoefenen is door het oprichten van een kerkgenootschap voor jouw religieuze gemeenschap of activiteiten. Die vrijheid houdt in ieder geval in dat de overheid zich niet mag bemoeien met de inhoud van jouw geloof. De statuten, of zoals het bij de kerk vaak nog wordt genoemd ‘Het Statuut’ mag niet in strijd zijn met de wet of openbare orde.

Het woord ‘kerk’ heeft slechts een historische betekenis. Een kerkgenootschap is dus de naam voor iedere organisatie van gelovigen. Dus ook bekende geloven zoals het Islamitische, Joodse, Boeddhistische en Hindoeïstische geloof kunnen een kerkgenootschap oprichten. Maar het gaat verder dan dat, want er is geen toezicht op de inhoud van het geloof. Je mag dus ook Satan aanhangen, of wat je in groepsverband een geloof wil noemen.

Rechtspersoon

Kerk

Een kerkgenootschap is een bijzonder vorm van een rechtspersoon.  Er is zelfs een aparte bepaling in de wet in artikel 2 Burgerlijk Wetboek Boek 2

Zo hoeft een kerkgenootschap niet via de notaris met een oprichtingsakte te worden opgericht. Zoals dat voor alle andere rechtspersonen wel is vereist. De wet bevat verder geen regels over de juridische organisatie van het kerkgenootschap.

Door de oprichting kan het kerkgenootschap overeenkomsten sluiten en eigenaar van goederen zijn. Er moeten wel daadwerkelijk religieuze activiteiten worden uitgevoerd om als kerkgenootschap te kunnen worden aangemerkt.

Kerk inschrijven bij de Kamer van Koophandel

Je moet het kerkgenootschap na de oprichting inschrijven in het handelsregister. De Kamer van Koophandel zal marginaal toetsen, zij geeft geen oordeel over het geloof. Zo heeft zij onlangs ook de Kerk van het Vliegende Spaghettimonster ingeschreven na een beroepsprocedure.

De kerk en de Belastingdienst

Het feit dat een kerk is ingeschreven bij het handelsregister wil nog niet zeggen dat de Belastingdienst de organisatie als zodanig erkent. Als de kerkgenootschap helemaal niet staat ingeschreven, wordt het nog lastiger om aan te tonen. Dit is wel van belang, want kerken betalen geen belasting. Maar daarvoor moet de Belastingdienst de kerk wel erkennen als kerk. Het komt regelmatig voor dat de Belastingdienst en een kerk van mening verschillen.

De kerkgenootschap moet voldoen aan de criteria voor een ANBI.

ANBI Logo

Voor een kerkgebouw is een vrijstelling van de OZB (onroerendezaakbelasting). Het gebouw moet dan voor meer dan 70% van de tijd in gebruik zijn voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningsbijeenkomsten van levensbeschouwelijke aard. De vrijstelling geldt niet voor woningen.

Uitgebreid beschrijven we de positie van de kerk in ons belastingstelsel. Ze hebben relatief veel vrijstellingen.

Veel meer vrijheid

Een kerkgenootschap heeft een aantal vrijheden die andere rechtspersonen niet hebben. Zo hoeven de bestuurders van het kerkgenootschap niet ingeschreven te staan bij het Handelsregister. Dat zou namelijk in strijd zijn met het recht dat de overheid iemands godsdienst niet mag registreren.

Een kerk hoeft zich ook niet te houden aan het gelijkheidsbeginsel. Denk bijvoorbeeld aan regels dat priesters altijd een man zijn en niet mogen trouwen. Het beginsel van de vrijheid van godsdienst gaat hier boven deze andere regels.

Een kerk mag haar eigen bestuursstructuur kiezen. Ze is dus niet gebonden aan regels over bestuur, leden, stemrecht en dergelijke.

Alternatieven

Naast het kerkgenootschap kan ook worden gekozen voor de vereniging of de stichting als rechtsvorm. Veel moskeeën zijn bijvoorbeeld een stichting. Ook zie je bij veel kerken een aparte steunstichting.

  • Veilige gegevensoverdracht
  • SSL certificaat