Waardering vruchtgebruik bij erfenis

8.4
Hoe wordt de waarde van een vruchtgebruik berekend voor de erfbelasting?

De Belastingdienst heeft een rekenmethode om de waarde van een vruchtgebruik vast te stellen. Hierbij is het van belang of het vruchtgebruik voor bepaalde tijd is of tot het overlijden van de vruchtgebruiker. Ook is het van belang of 1 persoon het recht van vruchtgebruik heeft of meerdere personen.

Waardering vruchtgebruik

In een testament kan worden opgenomen dat je het vruchtgebruik krijgt over bepaalde goederen. Hierdoor word je geen eigenaar maar mag je er wel gebruik van maken. Denk hierbij aan het gebruiken van een woning of een auto, maar ook aan het ontvangen van rente en dividenden. Als vruchtgebruiker mag je dan gebruik maken van de ‘vruchten‘. Je hoeft hiervoor geen erfgenaam te zijn. Maar hoe zit het dan met de waardering van het vruchtgebruik voor de erfbelasting?

Berekening erfbelasting

waardering

Over het vruchtgebruik betaal je erfbelasting. De berekening van de erfbelasting hangt van drie dingen af:

  • Voor welke periode mag je gebruikmaken van het vruchtgebruik? Is dat tot de dood of een bepaald aantal jaar?
  • Is het vruchtgebruik al ingegaan?
  • Is het vruchtgebruik afhankelijk van 1 persoon of van meerdere personen?

Ook hier geldt dat je pas erfbelasting moet afdragen op het moment dat je boven de vrijstelling erft.

Berekenen van vruchtgebruik

Je kunt een vruchtgebruik verkrijgen waar je gebruik van mag maken tot je overlijdt. De looptijd van het vruchtgebruik hangt dan af van het leven van de vruchtgebruiker. De waarde van het vruchtgebruik wordt dan berekend door de rekenrente te vermenigvuldigen met een bepaalde factor.

De rekenrente voor de erfbelasting is vastgelegd op 6%. Je neemt dan 6% van de totale waarde van het vruchtgebruik. Als een woning een waarde heeft van €200.000,- neem je daar 6% van.

De rekenrente wordt dan vermenigvuldigd met een bepaalde factor. Deze factor is afhankelijk van de leeftijd van de vruchtgebruiker. Hoe hoger de leeftijd, hoe lager de factor. De Belastingdienst gaat ervan uit dat als je ouder bent, je minder lang gebruik kan maken van het vruchtgebruik. Dit is omdat de levensverwachting dan korter is. De Belastingdienst heeft hiervoor een tabel met de factoren per leeftijd.

Als de looptijd van het vruchtgebruik al bekend is, geldt een andere berekening voor de waardering. De Belastingdienst heeft hiervoor een tabel waarin staat hoe de waarde wordt berekend.

Afhankelijk van meerdere personen

Het vruchtgebruik kan ook aan meerdere personen zijn toegekend. Het vruchtgebruik kan dan stoppen op het moment dat de eerste vruchtgebruiker overlijdt of op het moment dat de laatste vruchtgebruiker overlijdt. Dat bepaalt de erflater in zijn testament.

De Belastingdienst geeft een aantal voorbeelden over hoe dit in de praktijk verloopt.

Wie betaalt de erfbelasting?

Als vruchtgebruiker betaal je erfbelasting over de waarde van het vruchtgebruik. Degene die eigenaar wordt van het goed, de erfgenaam, betaalt over het overige deel erfbelasting. Die mag dan de waarde van het vruchtgebruik aftrekken.

In het testament kan ook zijn bepaald dat de vruchtgebruiker de erfbelasting helemaal voor zijn of haar rekening moet nemen. In dat geval betaalt de vruchtgebruik de erfbelasting.

Lees ook: Vruchtgebruik in testament.

Wie moet de erfbelasting betalen?

De erfgenamen betalen de erfbelasting. Dit is anders als er een legaat wordt verkregen vrij van recht of als er sprake is van de wettelijke verdeling.

Erfbelasting betalen

De aangifte erfbelasting wordt gedaan door de erfgenamen. Als er een executeur is benoemd doet de executeur de aangifte. Als de aangifte erfbelasting is ingediend, zal de Belastingdienst in een aanslag vaststellen hoe hoog de erfbelasting zal zijn.

Wie ontvangt de aanslag?

erfbelasting betalen

Degene die de aangifte erfbelasting indient, kan aangeven wie de aanslag ontvangt. De Belastingdienst geeft 3 opties:

  • De contactpersoon, die betaalt dan de aanslagen erfbelasting en verrekent dat met de erfenis.
  • Iedere erfgenaam, ieder van hen betaalt dan voor zichzelf de erfbelasting.
  • De executeur, die betaalt dan de aanslagen erfbelasting.

Wie betaalt?

De erfgenaam is de belastingplichtige voor de erfbelasting. Dus, de erfgenaam moet de erfbelasting betalen. Dit is anders als er een legaat is verkregen vrij van recht of als er sprake is van de wettelijke verdeling. Als er een executeur is benoemd, is deze verantwoordelijk voor de betaling van de erfbelasting.

Meestal: de contactpersoon betaalt

De contactpersoon is iemand die de erfgenamen hebben gevolmachtigd om de aangifte erfbelasting in te dienen. Meestal is dit ook degene die de nalatenschap afhandelt. De contactpersoon betaalt de erfbelasting en verrekent dit vervolgens met de nalatenschap. De contactpersoon betaalt dus voor elke erfgenaam de erfbelasting en verrekent dit met de erfdelen.

Iedere erfgenaam betaalt apart

De erfgenamen kunnen ook ieder apart hun deel betalen. Zij hebben hun erfdeel dan meestal al ontvangen, zodat zij daarmee ook de erfbelasting kunnen betalen.

De executeur betaalt

De executeur heeft de aangifte erfbelasting ingediend. Na een tijdje ontvangt de executeur de aanslag. De executeur zal de erfbelasting betalen uit de nalatenschap. Daarna keert de executeur de erfdelen uit aan de erfgenamen.

De executeur kan de erfdelen ook al eerder hebben uitgekeerd. Het is dan verstandig om een deel achter te houden om de erfbelasting mee te betalen. Dan hoeft de executeur dit niet eerst bij de erfgenamen op te vragen.

Vrij van recht

De erflater kan in zijn of haar testament hebben bepaald dat een legaat vrij van recht is. Dit houdt in dat de legataris geen erfbelasting hoeft te betalen. De erfbelasting wordt dan voldaan uit de rest van de erfenis.

De erfbelasting is dan onderdeel van de kosten van de nalatenschap. De gezamenlijke erfgenamen betalen dan de belasting over het legaat.

Wettelijke verdeling

erfbelasting betalen

Als er geen testament is opgesteld en er is een langstlevende partner en kinderen, dan geldt de wettelijke verdeling. De langstlevende erft dan alle bezittingen en schulden. De kinderen zijn dan wel erfgenaam, maar ontvangen nog niets. Zij krijgen een vordering op de langstlevende. Zij krijgen hun deel van de erfenis pas op het moment dat de langstlevende overlijdt.

Het betalen van de erfbelasting ligt dan bij de langstlevende. Dit geldt ook voor de erfbelasting die over de kindsdelen betaald moet worden.

De langstlevende kan uitstel van betaling vragen. De Belastingdienst stelt dan wel een aantal voorwaarden waar je aan moet voldoen.

Hoeveel ondernemingen worden er opgericht in Nederland?

De Kamer van Koophandel publiceert ieder jaar hoeveel ondernemingen er zijn per categorie. Door de aantallen te corrigeren voor de opheffingen kun je benaderen hoeveel er zijn opgericht.

Hoeveel ondernemingen zijn er opgericht?

Logo Kamer van Koophandel handelsregister

Het aantal ondernemingen in Nederland blijft stijgen. Maar hoeveel ondernemingen zijn dat per jaar? En van welke ondernemingsvorm worden er de meeste opgericht? Dat lees je in dit artikel.

Totaal aantal ondernemingen

Het CBS houdt bij hoeveel ondernemingen er in totaal zijn in Nederland. Daarnaast houden zij bij hoeveel er worden opgeheven. De KvK heeft per onderneming een grafiek waarin wordt bijgehouden hoeveel ondernemingen er zijn. In onderstaande tabel staat hoeveel ondernemingen er zijn per rechtsvorm. Daarnaast zie je ook hoeveel ondernemingen er bij zijn gekomen sinds 2020.

Aantal ondernemingenBVNVVOFMaatschapCVCoöperatieEenmanszaak
2024458.575960172.29532.7106.7953.1951.632.915
2023435.470995171.24033.0507.5253.1301.572.025
2022424.9551.040171.26533.3657.4903.1701.459.660
2021413.7751.085174.87534.2557.5653.2851.360.965
2020374.335 1.050 168.695 34.3607.135 2.8251.267.025
Bron: Kamer van Koophandel

Uit de tabel blijkt dat de eenmanszaak en de BV de meest gekozen ondernemingsvorm is. Daarna volgt de VOF. Uit de tabel blijkt ook dat het aantal CV’s in 2020 en 2021 flink is toegenomen. Een NV en maatschap wordt bijna niet meer opgericht in Nederland.

Opgeheven ondernemingen

Jaarlijks worden ook een aantal ondernemingen opgeheven.

Aantal opgeheven ondernemingen
2023121.510
2022151.475
202185.310
2020140.325
Bron: CBS
Wat is een geregistreerd partnerschap?

Met een geregistreerd partnerschap maak je een relatie officieel, ook voor de wet. Je kan ook partnerschapsvoorwaarden opstellen. Het geregistreerd partnerschap lijkt veel op het huwelijk, maar er zijn wel een aantal verschillen.

geregistreerd partnerschap

Geregistreerd partnerschap

Een alternatief voor het huwelijk is een geregistreerd partnerschap. Ook hiermee wordt de relatie officieel, ook voor de wet. Voor het aangaan van een geregistreerd partnerschap moet je aangifte doen bij de gemeente. Vervolgens moet je in het gemeentehuis de verklaring ondertekenen in het bijzijn van getuigen. Er moeten minimaal 2 en maximaal 4 getuigen aanwezig zijn.

Je kan, net als bij het huwelijk, ook de achternaam van jouw partner nemen. Jouw partner kan ook jouw achternaam nemen. Je kan er ook voor kiezen om beide je eigen achternaam te houden.

Beperkte gemeenschap van goederen of partnerschapsvoorwaarden?

Als je een geregistreerd partnerschap aangaat zonder partnerschapsvoorwaarden, is er sprake van een beperkte gemeenschap van goederen. Dit houdt in dat alle bezittingen en schulden die tijdens het geregistreerd partnerschap ontstaan, in de gemeenschap vallen. Die zijn dus van jullie samen. Een uitzondering hierop zijn erfenissen en schenkingen. Die blijven van degene die het ontvangt en vallen dus niet in de gemeenschap.

Je kan er ook voor kiezen om partnerschapsvoorwaarden op te stellen. Hierin leg je vast welke bezittingen en welke schulden van jullie samen zijn en welke niet. Je kan er ook voor kiezen dat alles van jullie samen is. Dus ook de bezittingen en schulden die vóór het geregistreerd partner zijn ontstaan.

Voor het opstellen van partnerschapsvoorwaarden moet je wel langs de notaris.

Verschil met huwelijk

Het geregistreerd partnerschap lijkt grotendeels op het huwelijk. Toch zijn er een aantal verschillen:

  • Je hoeft elkaar niet het ja-woord te geven;
  • Je kan het geregistreerd partnerschap beëindigen bij een notaris of advocaat. Het huwelijk moet beëindigd worden bij de rechter. Als er minderjarige kinderen zijn of jullie zijn het ergens niet over eens moet je wel langs de rechter;
  • Een geregistreerd partnerschap kan worden omgezet naar een huwelijk. Andersom is het niet mogelijk;
  • Deze verbintenis wordt niet in alle landen erkend. Het huwelijk wel.
Wie regelt mijn zaken als ik dement word?

Als je niets hebt geregeld is er niemand bevoegd om namens jou te handelen. Ook jouw partner of kind niet. Met een levenstestament of een volmacht kan je regelen wie er namens jou bevoegd is om voor jou te handelen.

Wat als ik dement word?

Als je dement wordt kan het zijn dat je jouw eigen (financiële) zaken niet meer kan overzien. Ook wel wilsonbekwaam genoemd. Dat betekent dat je de gevolgen van jouw beslissingen niet meer overziet. Als je niets regelt, is er tegen die tijd niemand bevoegd om namens jou te handelen. Ook jouw kinderen of partner niet. Zelfs in geval van nood is jouw partner niet bevoegd om namens jou te handelen.

Voordat je in deze situatie terechtkomt is het verstandig om te regelen dat iemand jouw zaken overneemt. Deze beslissing moet je wel nemen op het moment dat je nog wilsbekwaam bent. Leg het dus op tijd vast. De notaris beslist of jij nog voldoende bekwaam bent om zo’n document op te stellen.

Lees ook: Beginnende dementie en de notaris.

Levenstestament of volmacht

dement

In een levenstestament of een volmacht kun je vastleggen wie er namens jou kan en mag handelen. Je geeft iemand die jij volledig vertrouwt de bevoegdheid om jouw zaken te regelen. In beide documenten wijs je een gevolmachtigde aan die namens jou kan handelen.

Met een volmacht kan je de gevolmachtigde alleen de bevoegdheid geven over financiële en andere formele zaken. In een levenstestament kan je net wat meer regelen. Denk hierbij aan persoonlijke zaken (zoals de verzorging van huisdieren) en medische zaken (medische volmacht) en zelfs een euthanasieverklaring.

Het levenstestament wordt ook geregistreerd in het Centraal Levenstestamentenregister (CTLR). Voordeel hiervan is dat het levenstestament dan ook wordt geaccepteerd door de banken.

Lees ook: Verschil tussen levenstestament en volmacht?

Bij dementie ook wilsonbekwaam?

Het is niet zo dat je bij dementie meteen wilsonbekwaam bent. Bij (beginnende) dementie kan het namelijk best zijn dat je nog steeds zelf beslissingen kan nemen en kan beoordelen wat de gevolgen zijn van die beslissingen. Bijvoorbeeld bij het maken van een testament, een levenstestament of een andere notariële akte.

Wilsonbekwaamheid betekent dat je de gevolgen van bepaalde handelingen niet meer kunt overzien. Dat is ook een kenmerk van dementie. Maar het is niet zo dat je bij dementie ook altijd meteen wilsonbekwaam bent. Bij (beginnende) dementie kan het namelijk best zijn dat je nog steeds zelf beslissingen kan nemen en de gevolgen kan beoordelen.

De notaris zal na een gesprek beoordelen of je nog wilsbekwaam bent. Voor die beoordeling kan ook een arts worden ingeschakeld. Notarissen hanteren een stappenplan bij het controleren of iemand wilsbekwaam is.

Tijdig regelen

Het is belangrijk dat als je besluit om via de notaris zaken te regelen om dat tijdig te doen. Ten tijde van het opstellen van notariële akten moet je namelijk wilsbekwaam zijn. Dat is lastig bij dementie. Daarnaast is het niet mogelijk om iemand anders via een volmacht jouw akte te laten maken of passeren als je zelf door dementie wilsonbekwaam bent geworden. Bij beginnende dementie is het advies om in ieder geval snel een levenstestament op te stellen.

Wij willen onze dochter helpen met de aankoop van een huis. Hoe kunnen wij dat doen?

Als ouder kun je jouw kind op verschillende manieren helpen met de aankoop van een huis. Je kunt jouw kind een schenking doen of een lening verstrekken. Je kunt ook meetekenen bij de hypotheek of zelf de woning kopen.

Kind helpen met de aankoop van een huis

Te koop

Als ouder kun je jouw kind op verschillende manieren helpen met het kopen van een huis. Je kunt:

Geld schenken

Je kunt jouw kind belastingvrij een bedrag van €33.129,- (in 2026) schenken voor de eigen woning. Dit is de algemene verhoogde vrijstelling. Alles wat je boven dit bedrag schenkt aan jouw kind, moet schenkbelasting over worden betaald.

Met zo’n schenking kun je jouw kind op weg helpen met de aankoop van een woning. Het voordeel van de schenking is dat jouw kind minder hoeft te lenen. Hierdoor kan jouw kind een duurdere woning kopen of lagere maandlasten hebben.

Met behulp van een repeterende schenking op papier en een aanvullende schenking kun je ruim boven de € 60.000 uitkomen. Hoe je dat exact kunt bereiken leggen wij graag uit.

Lees ook: tarieven en vrijstellingen schenkbelasting.

Meetekenen bij hypotheek

Als ouder kun je ook meetekenen bij de hypotheek van jouw kind. Ook wel ‘garant staan’ genoemd. Als jij als ouder meetekent, ben jij voor de hele lening aansprakelijk als jouw kind de hypotheek niet betaalt. Het kind blijft zelf als eerste verantwoordelijk voor het betalen van de maandelijkse hypotheeklasten.

De bank controleert wel eerst of jij de hypotheeklasten wel kunt dragen.

Lening verstrekken

Je kunt jouw kind ook een lening verstrekken voor een hypotheek voor de aankoop. Jouw kind kan de rente van de lening dan ook fiscaal aftrekken. Het voordeel voor de ouders is dat zij hypotheekrente ontvangen. Dit is hoger dan wanneer het geld op een gewone spaarrekening zou blijven staan.

Het is verstandig om de lening voor minimaal 10 jaar af te spreken. Met een kortere looptijd gebruikt de bank strengere regels om de maximale hypotheek uit te rekenen.

Om gebruik te kunnen maken van de belastingaftrek moet er aan dezelfde voorwaarden zijn voldaan als bij een gewone hypotheek. De lening moet worden gebruikt voor het kopen, onderhouden of verbouwen van een eigen woning. De hypotheek moet worden aangemeld bij de Belastingdienst en moet worden afgelost volgens de nieuwe hypotheekregels.

Het nadeel van een lening is dat jouw kind minder kan lenen bij de bank. De lening wordt namelijk meegenomen bij de maximale hypotheekberekening van de bank.

Zelf het huis kopen

Je kunt ook zelf een huis kopen voor jouw kind. Jouw kind betaalt dan huur aan jou. Hier zitten geen belastingvoordelen aan voor jou of jouw kind. Je betaalt ook meer overdrachtsbelasting als je een 2de huis koopt. Houd daar rekening mee. Je profiteert natuurlijk wel zelf van de waardestijging van je aankoop.

Jouw kind heeft misschien recht op huurtoeslag als het inkomen niet te hoog is. Dit kun je controleren bij de Belastingdienst.

Waarom zou ik een WLZ of AWBZ clausule willen opnemen?

Een WLZ clausule is van belang als de langstlevende wordt opgenomen in een zorginstelling. Om de eigen bijdrage te verlagen kunnen de kinderen en andere erfgenamen hun erfdeel alvast opeisen bij de langstlevende.

Wat is het nut van een WLZ clausule (voorheen AWBZ clausule)?

Gaat al ons geld naar de eigen bijdrage

WLZ staat voor Wet Langdurige Zorg. In deze wet is bepaald hoeveel er betaald moet worden in een zorginstelling. Ook wel de eigen bijdrage genoemd. De eigen bijdrage berekent het CAK aan de hand van het vermogen.

Veel mensen hebben een testament opgesteld waarin het vermogen bij de langstlevende blijft. De langstlevende heeft dan al het vermogen. Als er geen WLZ clausule is opgenomen, is het erfdeel van de kinderen of andere erfgenamen pas opeisbaar op het moment dat de langstlevende ouder overlijdt. Hierdoor kan het vermogen van die langstlevende behoorlijk oplopen. Bij opname in een zorginstelling zal de eigen bijdrage ook oplopen.

Een WLZ clausule (voorheen AWBZ clausule) is een clausule die delen van een erfenis of schenking direct opeisbaar maakt als de langstlevende in een zorginstelling terecht komt. De kinderen, of andere erfgenamen, kunnen dan hun erfdeel opeisen bij de langstlevende ouder. Hierdoor wordt het eigen vermogen van de langstlevende minder en zal de eigen bijdrage ook lager zijn. Een WLZ clausule is dus van belang om te voorkomen dat je geld straks onnodig naar de overheid vloeit.

Sinds de invoering van de WLZ in 2015 is de situatie echter veranderd. De WLZ kijkt naar het inkomen en vermogen van de afgelopen twee jaar (in plaats van alleen het huidige jaar onder de AWBZ). Het vervroegd opeisen van de erfenis zou dus minder effect hebben op de eigen bijdrage.

Wanneer WLZ clausule opnemen?

WLZ clausule

Als er veel vermogen is, is het verstandig om een WLZ clausule op te nemen. Alle schenkingen op papier en testamenten op onze site bevatten een dergelijke clausule.

Je kunt niet achteraf een WLZ clausule maken. Die bepaling had in het testament van de eerst overleden ouder moeten staan. Bij de langstlevende heeft die bepaling geen zin.

Voorbeeld werking

Een voorbeeld: een man en vrouw zijn met elkaar getrouwd en hebben samen 2 kinderen. De ouders hebben beide een testament met een WLZ clausule. Op het moment dat een van de ouders komt te overlijden gaat de gehele erfenis in beginsel naar de andere (langstlevende) ouder. De kinderen hebben dan een vordering op deze ouder. Zonder WLZ clausule kunnen de kinderen deze vordering pas opeisen op het moment dat de langstlevende ouder komt te overlijden. Nu er een WLZ clausule is opgenomen kunnen de kinderen hun deel al opeisen op het moment dat de langstlevende ouder in een zorginstelling wordt opgenomen. Dan wordt het vermogen van de langstlevende ouder minder en zal de eigen bijdrage ook minder zijn.

Kan je een wettelijke verdeling ongedaan maken?

Ja, dat kan. Dat moet wel snel, binnen 3 maanden na het overlijden. Voor de ongedaanmaking moet je langs de notaris. De notaris schrijft de ongedaanmaking in in het boedelregister. Het kan fiscaal aantrekkelijk zijn om de wettelijke verdeling ongedaan te maken.

Wettelijke verdeling ongedaan maken

Als je getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap hebt, dan gaat de erfenis naar de langstlevende. De kinderen zijn dan wel erfgenaam. Zij krijgen een geldvordering op de langstlevende. Deze geldvordering kan pas worden opgeëist als de langstlevende is overleden. Dit is de wettelijke verdeling.

ongedaan maken

De langstlevende ouder kan er echter ook voor kiezen om de wettelijke verdeling ongedaan te maken. Dit moet gebeuren binnen drie maanden na het overlijden van de partner. De ongedaanmaking moet worden vastgelegd in een notariële akte die ook binnen die drie maanden moet zijn ingeschreven in het boedelregister. Als dit tijdig is gebeurd zijn alle goederen uit de erfenis van de langstlevende en de kinderen samen.

De wettelijke grondslag is te vinden in art. 4:18 van het Burgerlijk Wetboek.

Gevolgen ongedaanmaking wettelijke verdeling

De ongedaanmaking heeft terugwerkende kracht. Dat betekent dat de verdeling ongedaan is vanaf de datum van overlijden. Alle erfgenamen kunnen dan een verdeling vorderen. De langstlevende heeft dus geen garantie dat de door hem voorgestelde verdeling wordt uitgevoerd. De langstlevende zou dan voorafgaand aan de ongedaanmaking een andere verdeling met de kinderen moeten overeenkomen. Als dit ook in een volmacht is vastgelegd, kan voorkomen worden dat zij niet meewerken. Een gedeeltelijke ongedaanmaking is niet mogelijk. Het is alles of niets.

Door de ongedaanmaking van de wettelijke verdeling ben je als langstlevende nog steeds erfgenaam. De kinderen kunnen wel direct meedoen in de verdeling en samen met de langstlevende beslissingen nemen over de afwikkeling van de nalatenschap. Door de ongedaanmaking van de wettelijke verdeling zijn de kinderen ook aansprakelijk voor de schulden uit de nalatenschap.

Gevolgen voor de erfbelasting

De ongedaanmaking van de wettelijke verdeling heeft ook tot gevolg dat de kinderen verantwoordelijk zijn voor de aangifte erfbelasting. In beginsel is het zo dat de langstlevende aangifte erfbelasting moet doen en dat hij of zij daar dan ook verantwoordelijk voor is. Door de ongedaanmaking is dat niet meer het geval. De kinderen zijn dan ook verantwoordelijk voor het op tijd indienen van de aangifte.

Waarom zou je de wettelijke verdeling ongedaan willen maken?

Er kunnen verschillende redenen zijn om de wettelijke verdeling ongedaan te maken. Meestal zal dit ongedaan maken om fiscale redenen gebeuren. Bijvoorbeeld als in de nalatenschap een vakantiewoning zat en de langstlevende deze, vrij van overdrachtsbelasting, aan zijn kinderen wil geven. In plaats van een geldvordering op de langstlevende hebben de kinderen dan de vakantiewoning.

Een andere reden kan zijn dat er schulden in de nalatenschap zitten en de langstlevende de nalatenschap al heeft aanvaard. De langstlevende kan dan de draagplicht verdelen over zichzelf en de kinderen als hij de wettelijke verdeling ongedaan maakt.

Stappenplan ANBI status aanvragen

Stappenplan ANBI

Als je via de DoeHetZelfNotaris een vereniging of stichting opricht kan je ervoor kiezen dat de statuten zo worden opgemaakt dat zij geschikt zijn om de ANBI status aan te vragen. Dit is echter nog geen garantie dat je de ANBI status ook echt krijgt. De Belastingdienst bepaalt dat.

In dit stappenplan lees je welke stappen je moet ondernemen om een ANBI status aan te vragen.

Stappenplan ANBI status aanvragen

  1. Vereniging of stichting oprichten

    Allereerst moet je een vereniging of stichting oprichten. De statuten van deze instelling moeten zo zijn opgesteld dat je de ANBI status kan aanvragen. Gaat het om een bestaande stichting of vereniging die de ANBI status wil aanvragen? Dan moeten wellicht de statuten worden aangepast voordat je een verzoek kan indienen bij de Belastingdienst.
    Voor de ANBI status geldt bijvoorbeeld dat er minimaal 3 bestuurders moeten zijn.

  2. Schrijf een beleidsplan

    Om een ANBI te kunnen zijn heb je een beleidsplan nodig. Daar zijn geen inhoudelijke eisen aan gesteld. Het bevat een duidelijk omschrijving van wat je met de organisatie wilt bereiken in de komende drie jaar. Het hoeft geen boekwerk te zijn. Je moet het wel opsturen aan De Belastingdienst en je moet het publiceren. Het moet openbaar zijn voor donateurs.

  3. Zorg voor een website

    Je moet een website hebben, of een ander webadres waar je gegevens kan publiceren. Ook hier weer, het gaat om transparantie. Er zijn geen andere eisen aan de website dan dat jouw adres vindbaar is. Bovendien staan hier het beleidsplan en de financiële verantwoordingen.

  4. Belastingdienst

    Als de vereniging of stichting is opgericht vraag je bij de Belastingdienst de ANBI status aan. Dit doe je door een formulier van de Belastingdienst in te vullen. Voor de status Culturele ANBI is een apart formulier.

  5. Beslissing Belastingdienst

    Nadat je het formulier hebt ingevuld en opgestuurd zal de Belastingdienst binnen 8 weken een beslissing nemen. Als de Belastingdienst de instelling aanwijst als ANBI kan die vanaf dat moment gebruik maken van belastingvoordelen. De Belastingdienst kan het ook afwijzen. Je kan dan bezwaar maken tegen deze beslissing.

Wat is het verschil tussen een BV en CV?

Een BV leent zich meer voor een bedrijf waarin samenwerking met andere personen niet per se voorop staat. In een CV kan je juist niet zonder elkaar. In de CV is duidelijk onderscheid tussen de partij die het geld levert en de partij die arbeid verricht.

BV of CV?

Als je een onderneming wilt beginnen en die ook juridisch wil vormgeven, dan heb je de keuze uit verschillende rechtsvormen. Bijvoorbeeld een besloten vennootschap (BV) of een commanditaire vennootschap (CV). De BV is een rechtspersoon met rechtspersoonlijkheid. Een CV is geen rechtspersoon en heeft geen rechtspersoonlijkheid. Wat zijn de verschillen tussen deze twee rechtsvormen? Moet ik een BV of een CV oprichten?

In het algemeen; een CV is een eenvoudiger, goedkoper en flexibeler vorm om samen te ondernemen. De BV is formeler en duurder. Maar bij een BV is jouw persoonlijke aansprakelijkheid een stuk minder.

Oprichten en doel

Voor een CV hoef je niet langs de notaris. Een BV moet je via de notaris oprichten met een oprichtingsakte. Je moet dan ook meteen de aandelen en het bestuur regelen. Beide, de BV en CV, moeten wel worden ingeschreven in het handelsregister bij de KvK. Ook moeten beiden een melding doen in het UBO-register.

Een CV richt je op met minimaal twee personen. Ook wel vennoten genoemd. De CV is gericht op samenwerking. De beherend vennoot brengt arbeid in en de stille vennoot brengt geld in. De beherende vennoot is verantwoordelijk voor de dagelijks leiding van de CV. De stille vennoot is meer op de achtergrond actief. De stille vennoot is alleen intern actief.

Een BV kan je zelfstandig oprichten (zie ook Directeur Grootaandeelhouder). Start je een BV niet alleen? Dan kan de BV overigens nog steeds een goede optie zijn.

Juridische structuur

Handen schudden

De wet stelt weinig eisen aan een CV. Er geldt dus ook geen vaste structuur voor een CV. In een overeenkomst kan worden bepaald hoe de CV in elkaar zit. Wie doet wat, wie neemt welke beslissingen, hoe wordt de winst verdeeld etc.

Een CV is geen rechtspersoon en heeft geen rechtspersoonlijkheid. Dat houdt in dat de beherende vennoten aansprakelijk zijn voor het handelen van de CV. Zij zijn ook aansprakelijk met hun privévermogen.

De BV heeft verplicht een bestuur. De BV heeft een aandeelhoudersvergadering die bestaat uit aandeelhouders. In de aandeelhoudersvergadering hebben de aandeelhouders stemrecht naar rato van hun aandelen. Je kunt verschillende soorten aandelen maken, zoals prioriteitsaandelen en preferentsaandelen.

Aandeelhouders of vennoten

Een BV bestaat uit aandeelhouders. Een CV bestaat uit vennoten.

Vennoten kunnen zonder tussenkomst van de notaris in- en uittreden. In een contract kunnen hier regels over worden opgesteld.

Voor de BV geldt dat je niet zomaar als aandeelhouder in- en uit kan treden. Aandelen moet je namelijk altijd via de notaris overdragen. Ook als je de aandelenverhoudingen wilt wijzigen, moet je daarvoor naar de notaris. De aandelen in een BV kunnen beperkt onoverdraagbaar zijn ten behoeve van bescherming van de andere aandeelhouders. Ook rechtspersonen kunnen aandeelhouders zijn.

Winstuitkeringen en belastingen

De vennoten in een CV maken zelf regels over de winstuitkeringen. De BV kent een strenge uitkeringstoets voor het mogen doen van uitkeringen aan aandeelhouders. De CV heeft die regels niet.

Op de BV en CV zijn verschillende belastingregels van toepassing. Bij de BV moet dividendbelasting worden ingehouden voor dividenduitkeringen aan aandeelhouders. Voor de beherende en stille vennoten in een CV gelden andere belastingen. De CV moet btw afdragen. De vennoten moeten aangifte inkomstenbelasting doen. Voor de vennoten gelden ook verschillende belastingvoordelen.

Aansprakelijkheid in BV en CV

Omdat de CV geen rechtspersoon is zijn de beherende vennoot aansprakelijk voor het handelen van de CV. Ook met hun privévermogen.

Een aandeelhouder van een BV is alleen aansprakelijk tot het bedrag van zijn of haar inleg. Bestuurders van een BV zijn niet privé aansprakelijk, tenzij ze wanbestuur plegen of ernstig nalatig zijn. 

Meer flexibele regels

Voor de CV gelden veel minder dwingende regels dan voor de BV. De BV kent veel dwingendrechtelijke bepalingen waarvan je niet mag afwijken (in de statuten). Je kunt een CV dus veel verder naar wens vormgeven dan bij een BV.

Keuze tussen BV en CV?

Een BV en CV verschillen behoorlijk van elkaar, zowel juridisch als fiscaal. Voor welke vorm je moet kiezen hangt van de omstandigheden af. Hoe je de onderneming vorm wilt geven en het uiteindelijke doel is van belang. Het kan achteraf blijken dat de gekozen rechtsvorm niet aansluit bij jouw wensen. Dan moet je gaan omzetten of een nieuwe rechtsvorm oprichdossen. Dat is vaak onhandig en kostbaar. En het is de vraag of de betrokkenen het eens zijn met de omzetting. Dus een CV of een BV kan veel uitmaken. Als het bedrijf, de geldstromen en de verantwoordelijkheden (en financiële risico’s) groter worden, dan is het wellicht beter om voor een BV te kiezen. Een BV heeft namelijk rechtspersoonlijkheid.

  • Veilige gegevensoverdracht
  • SSL certificaat